Vereniging Eigen Huis: woonlasten Waadhoeke stijgen met 0,9 procent

AMERSFOORT - Huiseigenaren betalen volgens Vereniging Eigen Huis (VEH) in 2019 gemiddeld 3,4% hogere gemeentelijke woonlasten dan in 2018. De stijging is ruim boven de verwachte inflatie van 2,4%. Huishoudens in Waadhoeke die uit meerdere personen bestaan, betalen volgens VEH in 2019, 0,9 % meer en komen uit op een bedrag van € 726,61.

De stijging van de gemeentelijke woonlasten in veel gemeenten is voor veel mensen een nieuwe tegenvaller, naast de al bekende hogere energielasten.

De gemeente Bloemendaal heeft de hoogste woonlasten van Nederland. Hier betalen woningbezitters gemiddeld € 1330 en dat is ruim € 200 meer dan vorig jaar. Wonen in Bloemendaal is hiermee bijna twee keer zo duur als de gemiddelde Nederlandse gemeente, waar de woonlasten € 774 bedragen.

Landelijk gemiddeld stijgen de woonlasten met gemiddeld € 25 ten opzichte van vorig jaar. Uit het onderzoek van Vereniging Eigen Huis blijkt dat de woonlasten in 26 gemeenten dalen, ondanks de vaak hogere afvalstoffenheffing.

Andere Friese gemeenten

Vergelijkbare huishoudens in Harlingen zijn het goedkoopst uit met € 627,80. Het duurst is het wonen in Kollumerland waar huiseigenaren een nota krijgen van € 829,52, gevolgd door Schiermonnikoog met €827,50. Inwoners van Súdwest-Fryslân, net als Waadhoeke een andere grote herindelingsgemeente, komen uit op € 695,22.

Een meerpersoonshuishouden betaalt in Waadhoeke:

  • onroerende zaakbelasting: € 244,61 (-0.3%)
  • afvalstoffenheffing: € 237,50 (0%)
  • rioolheffing: € 244,50 (3%)

Op www.eigenhuis.nl staan interactieve provinciekaarten waarop per gemeente de ontwikkeling van de verschillende soorten woonlasten zijn te zien. VEH onderzoekt jaarlijks de ontwikkeling van de woonlasten in alle Nederlandse gemeenten.

De woonlasten voor huiseigenaren bestaan uit onroerende zaakbelasting (ozb), afvalstoffen- en rioolheffing. Huurders betalen wel afvalstoffen- en rioolheffing, maar geen ozb. Het onderzoek is uitgevoerd door Marlyse Research.

Alle in het onderzoek gepubliceerde bedragen zijn door de vermelde gemeenten zelf verstrekt.