Hoogbejaarde scholekster van 40 jaar oud ontdekt door Ringgroep Franeker

OOSTERBIERUM Leden van de Ringgroep Franeker hebben op de zeedijk bij Oosterbierum een hoogbejaarde scholekster aangetroffen van 40 jaar oud. Gemiddeld worden deze vogels zelden ouder dan 20 jaar, al is er ooit een exemplaar van 46 jaar gezien op de Maasvlakte.

De scholekster werd het eerst opgemerkt door Chris Grobbe uit Harlingentijdens een afleesronde op de zeedijk ter hoogte van Oosterbierum. ,,De vogel had een metalen pootring en een effen kleurringetje. Normaal gesproken hebben de vogels dan nog een aantal kleurringen om met daarop een cijfer of een letter, zodat de vogel individueel herkenbaar is. Die twee ringen ontbraken.’’

Nieuwsgierig

,,Natuurlijk heb ik de metalen ring proberen af te lezen. Zo’n unieke code bestaat uit 7 cijfers, maar dit lukte helaas niet. Maar de interesse was natuurlijk gewekt. Als we deze eens zouden kunnen vangen, dacht ik, dan zou bekend worden om welke vogel het gaat. Dan weten we waar en wanneer de vogel is geringd met de leeftijdsindicatie’’, vertelt de 43-jarige Chris Grobbe.

Rond 13 juni zagen de vogelwachters Arend Kuiper en Mirjam Dilling de vogel op een nest zitten op de zeedijk. Als het eerste legsel van een scholeksterpaar in een weiland of op een akker mislukt, verkassen ze naar het talud van de zeedijk.

Voor de Ringgroep Franeker, die verder bestaat uit Riemer Visser en Tamme Velstra, was dit de uitgelezen mogelijkheid om de vogel te vangen en te voorzien van nieuwe kleurringen. Dat lukte zaterdag 20 juni. Na het doorgeven van de reeds aanwezige stalen ring, bleek de vogel op 15 juni 1980 op vrijwel dezelfde plaats geringd te zijn als pul (kuiken). De vogel bleek dus al 40 jaar oud te zijn.

Euforie

,,Dit soort vangsten geeft bij al onze leden van Ringgroep Franeker RAS Scholekster/Kievit een euforisch gevoel en maakt ons nog trotser op deze scholekster, die dus al 40 jaar elke dag alle gevaren maar moet zien te overleven.’’ Omdat de oude metalen op afstand niet goed is af te lezen, worden nu unieke kleurringcodes gebruikt. De vogels zijn daarmee indivi-dueel goed herkenbaar en kunnen gemakkelijker worden gevolgd.

Data verzamelen

Dit gebeurt door een fanatiek legertje van aflezers. Wanneer zij een vogel met kleurringen in het veld tegenkomen, wordt de unieke code ingevoerd op een website (www.wadertrack.nl) en of appje (BirdRing) op de telefoon. Vrijwel direct is dan voor de aflezers inzichtelijk waar en wanneer de vogel is geringd, welke leeftijd de vogel tijdens het ringen had en waar de vogel tussendoor is gezien.

De aflezers zijn dus van groot belang voor het slagen van het onderzoek. Uit de cijfercode bleek dat de Oosterbierumer scholekster in 2001 ook is gevangen en toen is voorzien van kleurringen. ,,Maar in 2003 is hij die ringen verloren.’’

Soort onder druk

,,Nu weten we dat de scholekster een hoge leeftijd kan bereiken, maar desondanks gaat het al decennia lang bergafwaarts met de soort. Om inzichtelijk te krijgen waarom het zo slecht gaat, is het kleurringen ervan een efficiënt middel om bijvoorbeeld verspreiding, overleving en reproductiesucces vast te stellen.’’

Om de soort op peil te houden zou elk scholeksterpaar ieder jaar omgerekend minimaal 0,3 jong groot moeten brengen. ,,Dat halen ze hier in de bouwhoek lang niet. Ik schat dat we hier tussen Harlingen en Oosterbierum niet eens op 0,1 komen. En dan gaat het snel bergafwaarts. Zaterdag zagen we bij de nestcontrole dat de afgelopen week één van de twee eieren uit het nest van deze scholekster was geroofd.’’

‘Dakbroeder’

Opmerkelijk is dat de scholekster het reproductiesucces in de regio Assen met gemak haalt. De vogel broedt daar amper meer in de weilanden en op akkers, maar nestelt op de daken. Daar heeft de vogel vooral veel minder last van predatoren.

,,En dat is een van de grote problemen bij ons hier’’, vertelt Grobbe. ,,De bruine kiekendief, de zwarte kraai, de vos en vooral de steenmarter. Het is onvoorstelbaar hoeveel kuikens die marter hier opvreet. Alleen, het dier is beschermd.

Droogte door het veranderende klimaat, daar kunnen we niet zo veel aan doen. Maar aan de grondwaterstand wel. Ik blijf het ook merkwaardig vinden dat er miljoenen euro’s in het weidevogelbeheer worden gepompt, maar dat er aan de bron niets wordt gedaan. We laten de steenmarter en de vos al die kuikens opvreten. Het heeft allemaal met het beleid van de overheid te maken. Het is begrijpelijk erg moeilijk om een maatschappelijk en economisch compromis te vinden.’’

Feiten

Dat neemt niet weg dat besluiten moeten worden genomen op basis van kennis en wetenschappelijk onderbouwde feiten, van alle betrokken partijen. En daar werken wij als ringgroep aan mee, met de hulp van vele vrijwilligers en boeren uit de buurt.

Grobbe is pessimistisch over de toekomst van de scholeksterstand in de regio. ,,Als er niks verandert zou het met deze snelheid over twee, drie decennia hier wel eens afgelopen kunnen zijn met het symbool van de Waddenzee. Maar wij gaan door met aflezen en ringen, tot de laatste scholekster.’’