Het maatschappelijk leven in de Gouden Eeuw: spel en vermaak

PEINS

Amateurkaatsonderzoeker Germ Gjaltema uit Peins stuurde een verhaal en foto’s toe over het maatschappelijk leven in de Gouden Eeuw met betrekking tot het kaatsen.

Hieronder zijn verhaal. Ik kwam enige varianten tegen van ons kaatsspel tegenover die uit de Gouden Eeuw. Dat is uitvoerig beschreven door geschiedschrijvers A. C. J. de Vrankrijker met als titel ‘Het Maatschappelijk leven in de Gouden Eeuw, Spel en vermaak’ en Annamarieke Willemsen ‘Kinder Delijt - Van alle spele Caetse ofte Colffven.’

Hierbij is duidelijk waarneembaar wat uiteindelijk ons kaatsspel is geworden nu eeuwen later. Want we zijn uiteindelijk ook maar een variant van het vroegere geheel. Al denken vele kaatsliefhebbers anders.

Kaatsspel de Vrankrijker

Dit staat beschreven over het kaatsspel de Vrankrijker: ‘Buiten speelde men veel met kaats op de kaatsbaan een al of niet verdekte baan tusschen twee dwars strepen, al of niet op een houten of steenen vloer, welke vele herbergen hadden. De twee partijen hebben zich opgesteld ieder aan het einde van de baan.’

‘Aan den eene kant heeft de opslaande de bal, die ligt op een driepoot gespannen snaren vlechtwerk. De anderen kunnen zich iets meer in het veld opstellen. Aan de andere kant staan de toeschouwers, die de gemaakte punten noteren. De opslager neemt de bal, werp die in een net, vanwaar hij opveert, slaat dan met de vlakke hand zoo ver mogelijk om de tegenpartij het opvangen te verhinderen.’

Was deze personn in staat de bal terug te slaan direct na ‘den eerste opstuiten’, dan was het de beurt aan de opslager om hem terug te stooten ‘zoo over en weer gemist, of buiten de baan geslagen wordt’.

Gemiste slag

‘Een gemiste slag geeft telkens punten voor den tegenpartij. Van een bal, die binnen de baan neerkomt en niet teruggekaatst wordt, merkt men het punt van neervallen, waar voorbij nu telkens geslagen moet worden. Zoo gaat het spel door, nu en dan wordt er gewisseld. Dit spel is langzamerhand geheel naar de herberg overgegaan en zelf naar overdekte banen schreef de Vrankrijker.’

En wij hebben aan de vele herbergiers in het noorden van Friesland in de achttiende en negentiende eeuw te danken dat het kaatsen hier is blijven voortleven.

Kaatsspel Willemsen: Kinder Delijt

De eene partij serveert via het dakje naar de andere kant; deze slaat terug voor de bal twee keer heeft gestuit wanneer de bal binnen de lijnen op de grond komt, wordt die plaats gemerkt en dat is een kaats.’

Een foute opslag of een bal buiten de lijnen betekende sowieso een punt. Een kaats leverde pas een punt op als die, na wisseling van speelhelft, niet verbeterd wordt. De telling is: 15-30-45-60. Oftewel een kwartslag van het uur, die al ontstaan was bij de monniken van het Franse Picardië eind twaalfde eeuw en waar ons kaatsspel rechtstreeks van afstamt.

Dit zien we ongeveer ook nog in het huidige tennisspel terug en wat ook rechtstreeks van het kaatsspel afstamt. Bij gelijke stand (idem) moet een partij eerst voordeel hebben en kan dan met een kaats winnen.

Telhulpen

Ook hadden ze twee hulpen om te tellen en de ballen te verzamelen die buiten het speelveld terechtkwamen. Daarnaast werd vermeld dat de ballen uit de late middeleeuwen van leer waren gemaakt en bestonden uit acht driehoekige segmenten.

Spelers maakten soms ook zelfgemaakte ballen van bollen touw of stof, omwikkeld door touwdraad. Zulke leren ballen (veertiende eeuw) werden later teruggevonden in een drenkplaats bij het Hof van Amersfoort en in een gracht in de Wagenstraat in Den Haag.

In de Mariënkirche van de Duitse Hanzestad Lübeck kwamen bij het verplaatsen van twee houten Mariabeelden twee kaatsballen tevoorschijn van gelijke makelij. De datering ervan is ongeveer midden 1500.

Huidige telling

De huidige telling van 2-4-6-8 is eerst, is tussen 1850/1855 in gebruik genomen en vermoedelijk ontstaan bij de geboorte van de telegraaf met acht vormige bolletjes als telraam.

Niemand kan dat met zekerheid zeggen, maar het is niet onwaarschijnlijk.

Zelf een artikel?

Heeft uzelf ook een interessant verhaal voor de Franeker courant? Dan kunt u dit sturen naar redactie.frc@ndcmediagroep.nl.

(Tekst en foto’s Germ Gjaltema, amateurkaatsonderzoeker)


Auteur