Franeker link met Belgische jeu de pelote kaatsweek

PEINS

Amateurkaatsonderzoeker Germ Gjaltema uit Peins stuurde een verhaal toe over de jaarlijkse jeu de pelote kaatsweek in het Belgische plaatsje Sirault en de historie ervan.

Hieronder zijn tekst.

Jarenlang word er in augustus een jeu de pelote kaatsweek gespeeld in het Belgische plaatsje Sirault, gelegen in Wallonië. Dat gebeurt onder de naam: Prix Maurice Sirault. Dit jaar voor de 69ste keer, met einddatum 28 augustus. Dit wordt jaarlijks gevolgd door een massaal opgekomen publiek.

De Franeker familie Jeremias en Neeltje Quarré-Feenstra zijn ook jarenlang daar getuige van geweest (kleine 50 jaar) en genoten dan van het kaatsen, het Bourgondische leven, en de vriendschap van de mensen. Stonden al die jaren gratis bij een gastvrije pastoor in de tuin met hun camper in Sirault.

Bij aankomst in Sirault werd hun een Pass Partout overhandigt als vrijkaartjes van de kaatspartijen en waren dus zeer welkom. ,,It fielde as kaamen we thûs”, sei Neeltsje. Na het overlijden van Jeremias op 4 maart 2016 zet Neeltje dit ritueel voort, vergezeld door haar drie kinderen Sietse, Marcel en Monique.

De familie Quarré schenkt sinds 2016 een standaard aan de sportiefste speler van de finale ten name van haar man Jeremias, die uitgereikt wordt door zijn vrouw Neeltje.

Zoon Marcel is dit jaar shirtsponsor voor de spelers van Sirault als dank namens de familie Quarré. Met het PC-gebeuren in Franeker kwamen en komen vele Belgische spelers uit Sirault jarenlang logeren bij de familie Quarré en zijn dan van harte welkom. Zo wordt die jarenlange vriendschapsband verder voortgezet.

Zo is de Grafelijke Baljuw Spierinck uit West-Vlaanderen een historische figuur geweest en was hij een zeer geziene persoon in de stad Tielt. De Stadskronieken vermelden een kaatspartij op het Marktplein uit 1402 en zijn overlijden.

Baljuw Spierinck was altijd een kraan in de kaatssport geweest en nam deel aan een tournooi. Er was veel volk op de been. Maar deze keer vlotte het niet. Het eerste spel in het perk hadden ze verloren. Waren nu aan de opslag. Maar het soepele samenspel zat er niet in.

Spierinck stond aan de zeef. Kneedde zenuwachtig de bal in zijn linkerhand, gevuld met ongebluste kalk. Het zweet parelde hem op zijn neus. Waarom moest het volk zo staan te gapen. Hij wierp het balletje en miste de zeef. Nog nooit gebeurd. Hij liep rood aan. Opnieuw.

De kerkklok sloeg 12 uur. Hij leek de slagen af te tellen, 8 ,9 die zeef leek zo wazig, 11- 12. Aai. Een gegil ontstond bij de toeschouwers. Spierinck was ineen gestuikt. De spelers sprongen toe. Een rochel was wat ze hoorden.

Mirakel, Mirakel, ons Heere heeft gesproken, die man was onschuldig, zo tierde een stem en het gepeupel viel op de knieën. Spierinck lag op zijn rug. Zijn gebroken ogen staarden naar de zon, alsof hij om vergeving vroeg.

(Tekst Germ Gjaltema, amateur kaatsonderzoeker)


Auteur

Redacteur