Pastor Marco Conijn: ‘Mensen moeten voor elkaar openstaan’

DRONRYP - Tien jaar werkt pastoor Marco Conijn (53) in de H. Jacobusparochie Noordwest Friesland. Een gesprek over zijn leven, de maatschappij, en de toekomst van de katholieke kerk.

Aan de grote tafel van de pastorie in Dronryp was de pastoor net de namen aan het noteren van mensen die dit jaar overleden zijn. Een werk waar hij langer mee bezig is dan met het doopboek, vertelt hij. ,,Om het nog maar niet te hebben over het huwelijksboek. Daar ben ik al helemaal snel klaar mee. Maar mensen die dan trouwen in de kerk, of hun kind laten dopen, doen dat wel bewust. Niet voor het plaatje, of omdat het van ze wordt verwacht. En dat maakt de contacten wel weer plezierig.”

Hoe was het gezin waarin u opgroeide?

,,Ik ben in Edam geboren, en had twee jongere zussen. Mijn ouders waren katholiek, maar niet heel streng. Er werd voor en na het eten gebeden, we gingen op zondagen en feestdagen naar de kerk. Ik vond het fijn om naar de kerk te gaan. Op zondag ging ik eerst om half acht naar de kerk met mijn oma. Daarna gingen we bij ons thuis ontbijten, en om negen uur ging ik naar de Latijnse hoogmis. Dat vond ik prachtig. Ik zat op een katholieke school, maar daar werd niet veel aan het geloof gedaan. Men was zoekende.”

Zoekende naar?

,,Naar hoe het verder moest. Hoe geven we God, de kerk, en alles wat ermee te maken heeft een plek in ons leven? Eerder was het heel duidelijk: zo is het en we stellen er geen vragen over. Maar dat is wel steeds meer veranderd. Ik denk dat men dat toen heel lastig vond.”

Hoe merkte u dit?

,,Doordat er nauwelijks over gesproken werd. Ook niet bij ons thuis. Ik denk dat we pas over de zin van het leven gingen nadenken toen mijn jongste zusje op vijfjarige leeftijd overleed aan leukemie. Ik was toen elf, en ben toen veel naar de kerk gegaan. Daar haalde ik steun en kracht uit.”

Wat was de invloed van dit overlijden op jullie gezin?

,,Als kind ga je je ouders beschermen. Je ziet hun verdriet, dat is zo groot en intens. Je probeert het verdriet niet groter te laten zijn. Mijn ouders probeerden dat ook. Je moest toch verder. Maar dat was wel een kantelpunt in ons leven en het gezin. Het is uiteindelijk de reden geweest dat we verhuisd zijn naar Drenthe. Mijn vader werkte voor de verhuizing in een prachtig familiebedrijf, en dat betekende hard werken. Mijn ouders wilden ergens anders opnieuw beginnen en meer tijd aan het gezin besteden. Ruim een jaar na het overlijden van mijn zusje, zijn we verhuisd van Edam naar Schoonloo in Drenthe. Hier begonnen mijn ouders weer een bedrijf, met droogbloemen en antiek. Wij hielpen mee als kind. Dat was leuk hoor. Lekker bezig zijn met het gezin.”

Conijn doorliep ondertussen de mavo, mts werktuigbouwkunde en ging uiteindelijk aan de slag op een technisch adviesbureau. ,,Tekenen, ontwerpen, berekenen. Práchtig werk!” Naast zijn baan volgde hij op het hts de opleiding installatietechniek. Tot een oud verlangen de kop opstak.

,,Ik heb eigenlijk altijd al in een kerk willen werken. Als kind al. Ik was geïnteresseerd in kerkelijke verhalen en heilige levens. Maar rond mijn veertiende besefte ik me wel: kies je voor een kerk, dan kies je niet voor een gezin. Dat vond ik toen een opgave. Maar rond mijn vierentwintigste kwam dat verlangen weer heel erg naar boven. Ik ging studeren aan de priesteropleiding Bovendonk. Daarnaast kon ik als jeugd- en jongerenwerker bij het Katholiek Steunpunt in Emmen terecht. In 1996 was ik klaar met de opleiding.”

Heeft u nooit moeite gehad met het niet hebben van een gezin?

,,Een van de mooiste dagen in mijn leven is de dag van mijn priesterwijding geweest. Tót mijn neefje geboren werd, twaalf jaar geleden. Toen kon ik dat niet meer zeggen. Daarna kreeg ik ook een nichtje, dus dat was een tweede cadeau. Maar de geboorte van mijn neefje, als eerste, dat was voor mij zoiets moois. Dat voelde heel eigen. Maar ik heb geen spijt van mijn keuze. Ik heb een prachtig vak, ik denk het mooiste vak dat er is, en zou met niemand willen ruilen.”

Hoe zien uw dagen eruit?

,,Je hebt de vieringen in de vier verschillende kerken, je helpt mensen voorbereiden op de doop, communie, het vormsel. Maar ook mensen die in nood zitten de weg wijzen. Het is heel divers. Het is fijn dat als mensen verdriet hebben, of ergens mee zitten, jou weten te vinden en een beroep op je doen. Dat blijft bijzonder. Ik word ook nog wel eens gebeld door mensen die zoekende zijn naar een doel in het leven. Dat neemt langzaam toe.”

Zijn dat ook jongeren?

,,Het komt met name voor bij jongeren. Veel jongeren hebben geen vastigheid meer. We denken die als maatschappij te bieden, maar die is zo hol als wat. Heel veel jongeren zoeken de zin van hun leven in dingen waarin geluk niet te vinden is. Materialisme, uiterlijk vertoon. Maar heb je geen vrienden, dan houdt het op. Dat heb je in eerste plaats nodig: liefde. Ik denk dat heel veel mensen dodelijk ongelukkig zijn. En soms al op tien- of twaalfjarige leeftijd.”

U bent de enige pastoor in Noordwest-Friesland, is dat niet een heel groot gebied voor één persoon?

,,Er zijn ook pastoraal werkers en werksters. Daarnaast ben ik blij dat ik sinds 1 oktober en collega-pastor heb. Ja, het is een groot gebied, maar ik hoef het niet met paard en wagen te doen. Daarnaast zijn hier niet zoveel katholieken. Misschien maar een procentje of zes van het totaal aantal inwoners.”

Dat zijn er niet zo veel.

,,We zien dat de boodschap niet meer aanslaat. Mensen zijn er wel mee bezig, maar willen zich niet binden. Dat zie je ook bij verenigingen, die hebben nauwelijks vrijwilligers. De gemiddelde kerkbezoeker wordt bovendien ouder. Het aantal kinderen en jongeren die de kerk dragen neemt af. En ouderen die tientallen jaren de kerk hebben gedragen als vrijwilliger, moeten vaak noodgedwongen stoppen of overlijden. We hebben nu vijf kerkgebouwen, en ik hoop dat het zo blijft. Maar gebouwen zijn niet noodzakelijk. In Franeker heb ik wel eens gekscherend gezegd: we kunnen onze vieringen wel houden in de Martinikerk. ‘Dan gaan wij wel als laatste, dan hebben onze protestantse medebroeders en -zusters geen last van wierook.’ Zo lang het gaat, houden we onze gebouwen in stand. Maar ik sluit niet uit dat we in de toekomst gebouwen moeten afstoten. Ik denk dat we daar in alle rust over moeten praten, dat we dit heel rustig bij de mensen neer moeten leggen. Het is een onderwerp dat zeer doet bij de mensen.”

Wat zijn uw doelen voor de komende jaren?

,,Ik hoop altijd te bereiken dat je toch mensen vertrouwd mag maken met de mooie boodschap van het evangelie. Dat je mensen bij God mag brengen, en mensen helpt ontdekken wat de zin van het leven is. Dat ze niet alles in het hier en nu hoeven te proppen, want er komt nog iets achteraan. Maar ook dat ze wat over hebben voor elkaar. Dat het gaat om wij, wat maakt óns gelukkig? Ik denk dat hier nog veel te bereiken valt. Zeker in deze maatschappij en wereld die zo individualistisch is ingesteld. Er hoeft maar iets te gebeuren, of mensen staan lijnrecht tegenover elkaar. Mensen moeten gewoon voor elkaar openstaan, en de dialoog aangaan. Waar één of twee mensen hun gelijk willen halen, gaat dat altijd ten koste van anderen. Daar moeten we niet blij mee zijn. Het is ook van alle tijden. Dus er blijft altijd wel werk aan de winkel.”

Hoe lang blijft u nog pastoor van deze parochie?

,,Ik zit er niet op te wachten dat ik weg moet, maar ik realiseer me wel dat ik mijn langste tijd hier heb gehad. Ik mag nu een jaar lang mijn collega inwerken. In 2020 of 2021 zullen ze wel een nieuwe plek voor me bedenken, verwacht ik. De bisschop bepaalt dat - weliswaar in overleg.”

Vindt u het niet jammer als u hier weg moet?

,,Het is goed om na verloop van tijd te verkassen. Anders worden de mensen steeds meer vrienden in plaats van parochianen. Het is goed om op een andere plek nieuwe mensen te ontmoeten. En om je op een andere plek verdienstelijk te maken. Maar de vorige keer vond ik het niet leuk, hoor. Ik werkte toen in Oost-Groningen, en ging naar Dronryp. Ik had niets tegen de mensen hier, integendeel, want die kende ik toen nog niet. Maar het loslaten van wat me dierbaar was geworden in Oost-Groningen, dat vond ik wel een punt. Daar ben ik nu beter op ingesteld. Natuurlijk, ik zal het niet leuk vinden om hier weg te gaan, want je bent wel vergroeid met gemeenschappen hier. En hoewel die heel verschillend zijn, zijn ze me stuk voor stuk heel dierbaar. Die moet ik dan loslaten, ooit. En zij mij. Maar dan komt er wel weer iets anders wat goed is. Het werk van God gaat altijd door, hè?”