Statushouders in Waadhoeke:

FRANEKER - Statushouders zijn vluchtelingen, net als asielzoekers. Met één belangrijk verschil: statushouders hebben een (tijdelijke) verblijfsvergunning. In Waadhoeke wonen momenteel circa tweehonderd volwassen statushouders. Vrijwel allemaal hebben zij een ontwricht verleden in het land van herkomst, maar een toekomst in Nederland. De afgelopen weken heeft u kennisgemaakt met een aantal statushouders uit onze gemeente en met professionals, vrijwilligers en instanties die deze bijzondere mensen begeleiden. Centraal in dit laatste deel van het vijfluik staat de regiefunctie van de gemeente.

In 2018 zijn ongeveer honderd statushouders gehuisvest in onze gemeente. Vooral mensen die de dictatuur van Eritrea en de burgeroorlog in Syrië zijn ontvlucht: mannen, vrouwen en kinderen met vaak schrijnende verhalen. Net als andere Nederlandse gemeenten moet Waadhoeke voldoen aan een halfjaarlijks door de landelijke overheid op te leggen ‘taakstelling’. In de eerste helft van komend jaar moet zij 22 statushouders huisvesten binnen de gemeentegrenzen. Vooral doordat meer gezinsherenigingen plaatsvinden, is dat aantal al vóór 2019 ruimschoots gehaald.

Sturende rol gemeente

Waadhoeke moet de huisvesting en participatie van statushouders in de gemeente regelen en heeft daarbij een sturende rol. Wethouder Boukje Tol is verantwoordelijk voor het beleid rondom statushouders en de uitvoering daarvan. “Ik wil graag weten wat er speelt in de praktijk. Dankzij mijn gesprekken met statushouders en begeleiders krijg ik daarvan een goed beeld. Ook ben ik aanwezig bij de ondertekening van de participatieverklaring, een officieel moment waarop statushouders beloven zich actief te zullen inspannen voor participatie in onze samenleving. Verder overleg ik met instanties die betrokken zijn bij statushouders. Dan gaat het echt over beleid: wat doen we nu en wat kan beter?”

Betere organisatie

Twee jaar geleden besloten de voormalige gemeenten Franekeradeel, Menameradiel en het Bildt dat het beter kon én beter moest. Steeds minder statushouders halen hun inburgeringsexamen en ook vinden ze moeilijker werk. Volgens Atty Terpstra-Greidanus, gemeentelijk medewerker beleid en uitvoer, was er behoefte aan een betere organisatie van de integratie.

“De samenwerking van de drie gemeenten was vruchtbaar maar complex. Zo moesten over veel onderwerpen maar liefst drie wethouders beslissen. Sinds de gemeenten per 1 januari 2018 zijn opgegaan in Waadhoeke, lukt het om slagvaardiger uitvoering te geven aan ‘Bliuwe en Meitelle yn Waadhoeke’, een beleidsnotitie voor de inburgering, participatie en arbeidsmarkttoeleiding van statushouders. Ook wat betreft de integrale werkwijze voor de opvang en huisvesting van statushouders zijn de lijnen nu korter en is er voor iedereen meer duidelijkheid.”

Meedoen aan de samenleving

Waadhoeke en haar partners zien graag dat statushouders zo vroeg mogelijk meedoen aan de samenleving. Hoe eerder ingeburgerd, hoe beter. Bijvoorbeeld voor hun taalbeheersing en kansen op de arbeidsmarkt. Daarbij is de maatschappelijke begeleiding in het eerste anderhalf jaar van grote waarde, vertelt wethouder Tol. “Veel vrijwillige maatschappelijk begeleiders brengen statushouders in hun dorp of buurt in contact met mensen uit hun sociale netwerk. Dat kan letterlijk deuren openen, zoals eerder contact hebben met de buren of lid worden van een vereniging. Vroegtijdig verbindingen leggen is heel belangrijk.”

De gemeente heeft regelmatig contact met het asielzoekerscentrum in Sint Annaparochie. Terpstra-Greidanus: “Het gaat dan onder meer over bewoners van het azc en over statushouders die het azc gaan verlaten en zich in ons land gaan vestigen. Hoe kan die overgang efficiënt en goed verlopen? Het azc zet zich actief in om mensen in beweging te krijgen. En ook statushouders die in afwachting van een woning nog verblijven in het azc, doen hun best om nu en later zo goed mogelijk te kunnen meedoen. Velen van hen werken al hard aan hun inburgering. Zij willen écht. Tegen al die mensen kunnen we maar één ding zeggen: welkom in Nederland.”

Richard Heeres