"Vaarrecreatie op het Wad is stabiel in 2017

HARLINGEN - De hoeveelheid vaarrecreanten op het Wad neemt af, maar de verblijfsduur neemt toe. Daardoor is het lastig om een oordeel te geven over de druk van vaarrecreatie op de Waddenzee. De aantallen vogels en zeehonden groeien nog steeds licht. Verstoringen van natuurwaarden zijn relatief zeldzaam.

Dit blijkt uit het jaarlijkse integrale onderzoek naar vaarrecreatie en natuurwaarden in de Waddenzee. Het onderzoek gaat over het vaarseizoen 2017. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium van onderzoeksinstituten met ETFI, RUG, SOVON, de Karrekiet en Altenburg & Wymenga. De wetenschappers doen dit in opdracht van het Actieplan Vaarrecreatie Waddenzee. Het doel is om de kennis te vergroten over de relatie tussen natuur en watersportrecreatie op het Wad.

Het onderzoek over 2017 kent een aantal belangrijke verschillen met 2016. Zo is er bijvoorbeeld een begin gemaakt met het monitoren van zeehonden. Toch zijn er ook veel overeenkomsten, signaleert onderzoeksleider Bertus van der Tuuk.

,,Het is een misverstand om te denken dat onderzoeksresultaten altijd ‘verrassend’ moeten zijn, ‘nieuwswaarde’ moeten hebben of ‘nieuwe bevindingen’ moet opleveren. Onderzoek kan ook een wetenschappelijke bevestiging zijn van wat op basis van andere observaties gesignaleerd is.’’

Minder sluispassages

Vanaf 1982 tellen de zes grote sluizen aan de Waddenzee de in- en uitgaande recreatievaart. De topperiode was in 2002-2009 met steeds meer dan 110.000 passages. Daarna is er een dalende trend te zien. Het totaal van de sluispassages in 2017 was met 83.801 zo’n 7% minder dan in 2016.

Dit wordt vooral verklaard door een daling van de chartervaart. Toch betekent dit niet dat het automatisch rustiger wordt in het Waddengebied. In de afgelopen 34 jaar is het aantal ligplaatsen in de jachthavens flink gegroeid en de passanten blijven veel langer liggen.

Voor de grote jachthavens is het aantal van 27.000 gestegen naar 90.000 overnachtingen. Het leeuwendeel verblijft op Texel, Terschelling en Vlieland. De vaarbewegingen naar deze drie jachthavens verlopen vrijwel allemaal via de brede betonde vaargeulen.

Vogels

Eind jaren zeventig van de vorige eeuw varieerde het seizoengemiddelde van de Nederlandse Waddenzee rond de 600.000 Wadvogels. In het jaar 2017 is dat gegroeid naar ruim 800.000. Dat lijkt gunstig, maar voor de Waddenzee als geheel, dus inclusief Duitsland en Denemarken, is er een afname.

Er zijn ook verschillen tussen de vogelsoorten. Zo neemt de scholekster al twintig jaar af. De verschillende soorten wormeneters nemen juist sterk toe in de westelijke Waddenzee, maar in de oostelijke Waddenzee is deze trend alleen duidelijk voor de Bontbekplevier en de Drieteenstrandloper.

Verstoring op het Wad van vogels gebeurt in 30% van de gevallen door roofvogels. De mens veroorzaakt de overige 70%. De aantallen gewone- en grijze zeehonden nemen nog steeds toe. Ook in 2017 was dit het geval. Bij gewone zeehonden gaat het om ruim 8.000 exemplaren en bij grijze zeehonden is dit de helft (4.000).