Dit moet er gebeuren met de historische fietscollectie die Waadhoeke in bezit heeft

Waadhoeke is in het bezit van een collectie bestaande uit acht historische fietsen, ooit geschonken door oud-inwoner Jan Nicolaas Jellema (1871-1938) aan de toenmalige gemeente Franeker. Ze staan echter stof te happen in een depot. Dat moet anders, vindt onder meer Marcus van der Woude. Er is een plan van aanpak opgesteld.

,,We weten nog niet alles, maar als het klopt wat we denken te weten, dan is dit de oudste fiets van dit soort in Nederland”, vertelt fietshandelaar Marcus van der Woude. Hij heeft het over het meest unieke exemplaar van de collectie. Een oude loopfiets, gemaakt in 1818. ,,Het is een kopie van een draisine”, verduidelijkt hij.

De draisine is een type fiets dat vernoemd is naar de Duitser Karl von Drais. Hij was het die ruim twee eeuwen geleden als eerste een stuursysteem op zo’n loopfiets monteerde. ,,Daarvoor moesten ze sturen met hun evenwicht”, weet Van der Woude. ,,Hij kwam in 1817 met deze stuurinrichting op de markt, vrijwel gelijktijdig is een soortgelijke fiets ook in en rond Franeker geproduceerd. Heel bijzonder dat Jellema deze jaren later op de kop heeft getikt. Het is al uniek dat deze fiets in Friesland gebouwd is.”

De geschiedenis is te bijzonder om achter gesloten deuren te houden, vindt Van der Woude. Zelf doet hij al jaren onderzoek naar de fietsen en indirect ook naar Jan Nicolaas Jellema. ,,Dat was een bijzondere man. Hij was schathemeltjerijk. Hij zat in de agrarische wereld, de kermiswereld, maar ook in de auto- en fietsenhandel”, somt hij op. ,,Hij was ook de eerste man in Friesland met een auto.”

Van der Woude graaft zich een weg door archieven en oude krantenartikelen en stuit zo onder andere op een bericht van 9 januari 1928. In de notulen van de raadsvergadering staat dat door Jellema ‘een verzameling historische rijwielen werd geschonken van verschillende types’ aan het stadsbestuur van Franeker. De gemeente is dus vanaf dat moment al eigenaar van de fietscollectie.

In 2007 ontdekt Van der Woude dat de serie historische rijwielen nog steeds bestaat. Ze hebben een tijd in het fietsenmuseum van Batavus in Heerenveen gestaan, maar na het faillissement daarvan in 1986 verdwijnen ze uit beeld. Ze staan de laatste jaren in een opslagloods op de gemeentewerf aan de Harlingerweg te verpieteren, ontdekt de Franeker. Hij smeedt daarom een plan om voor dit historisch erfgoed een betere plek te zoeken, daarbij geholpen door Piet Postma van Historisch Centrum Franeker én Johan Brouwer, kleinzoon van Jan Nicolaas Jellema.

Brouwer kwam daardoor achter een voor hem onbekend deel van de familiegeschiedenis. ,,Marcus belde mij begin van dit jaar op en hij vertelde het verhaal over pake. Mijn mond viel open van verbazing. Van het bestaan van de fietsen wisten we af, maar niet wat voor bijzondere man hij was, wat hij allemaal gedaan heeft. Mijn moeder was tien jaar oud toen haar vader overleed en beppe praatte er nooit over. We wisten er niks van..”

Daar is nu dus deels verandering in gekomen. Brouwer, fotograaf, helpt waar hij kan, maar stelt zich bescheiden op: ,,Alle credits gaan naar Marcus en ook naar Piet Postma. Maar Marcus steekt er met kop en schouders bovenuit. Hij heeft er duizenden uren werk in zitten. We hopen dat er nu eindelijk een besluit wordt genomen over dit stukje erfgoed.”

De opgetuigde werkgroep hoopt dat de collectie een plek krijgt in het Nationaal Fietsmuseum Velorama in Nijmegen. Daar moet ook restauratie plaatsvinden. ,,Zij hebben de kennis en kunde”, stelt Van der Woude. Ook verwacht hij zo meer duidelijkheid te krijgen over de geschiedenis van de fietsen. ,,Als ze gaan restaureren, doen ze ook onderzoek.”

Zeven van de acht fietsen moeten wat hem betreft een plek krijgen in de collectie van het Velorama, de laatste blijft in Franeker. In Museum Martena om precies te zijn. Dat het grootste deel van de fietscollectie dan weg is uit Franeker, deert Van der Woude niet: ,,Het schilderij Saskia van Rembrandt hangt ook niet in Sint-Annaparochie. Het is van belang dat de collectie voor de lange termijn bewaard blijft.”

Museumdirecteur Gert-Jan Moed is met name gecharmeerd van de eerder genoemde loopfiets. ,,Maar daar moet nog veel aan gebeuren”, voegt hij daar meteen aan toe. Hij is iets gereserveerder in zijn uitspraken: ,,Mijn indruk is, gezien de hele opbouw, dat dit absoluut een Nederlandse fiets is, die vermoedelijk in Friesland gemaakt is.”

Moed kent de collectie al lange tijd en ook de eerste contacten met Van der Woude lopen terug tot midden jaren tachtig. ,,Het is bijzonder dat de heer Jellema deze fietsen gespaard heeft. Niemand deed dat in die tijd.”

Hij reageert dan ook positief op het verzoek dat vanuit Franeker bij hem neerdaalt. ,,Maar ik ben wel van mening dat de collectie bij elkaar moet blijven. Niet zeven van de acht, maar acht van de acht.”

,,Het uitgangspunt is dan dat wij de fietsen in twee jaar klaar maken”, schetst Moed het tijdspad. ,,Ze kunnen hier niet allemaal tentoongesteld worden, daar is simpelweg de ruimte niet voor. Dat zal wisselen, maar de draisine zal wel een permanente plek krijgen.”

Van der Woude heeft goede hoop dat hun vlucht naar voren positief ontvangen wordt door Waadhoeke. In het plan van aanpak, dat dinsdag wordt aangeboden, staat het voorstel dat de gemeente Waadhoeke afstand doet van de verzameling voor een symbolisch bedrag van één euro. ,,De contacten met wethouder Dijkstra zijn heel goed.”