‘Ik wil beide culturen bij elkaar brengen’

SINT ANNAPAROCHIE Gebroederlijk staan ze naast in het huis waar Elchan Mirheshimli in Sint Annaparochie met zijn gezin woont: op de kast in de woonkamer prijkt zowel een Nederlandse als een Azerbeidzjaanse vlag. De verbondenheid met het geboorteland waar het gezin een kleine dertig jaar geleden uit moest vluchten is nog altijd groot, evenals de dankbaarheid voor het land dat hen opving.

Zoon Alikber (31) vertelt enthousiast over het land waar zijn wieg stond. Over het gevarieerde landschap, het lekkere eten, de formule 1-race in hoofdstad Bakoe: hij rijgt de hoogtepunten aaneen. Vader Elchan onderstreept dat met een fraai gemonteerd filmpje.

Ze delen de kennis graag. Mede daarom startten ze in 2014 het Azerbeidzjaanse Culturele Huis. Met deze stichting willen ze graag de Nederlandse cultuur met die van hun geboorteland vermengen. Alikber: ,,Ik merk dat er in Nederland weinig kennis is over Azerbeidzjan, terwijl er toch zo’n dertigduizend Azerbeidzjanen wonen. Die integratie kan beter. Ik wil graag de culturen bij elkaar brengen.”

Novruz noemt hij als voorbeeld. De viering van de lente, beginnend op 20 maart. Een meerdaags feest waarbij de uitgebreide keuken die het land rijk is optimaal benut wordt. Corona zorgt dit jaar voor een ingetogen variant, anders zouden de deuren open staan voor gasten.

Maar er is ook de complexe geschiedenis die onlosmakelijk met het land en het gezin verbonden is. Sterker nog: het is de reden dat ze hun verhaal doen vanuit Sint Annaparochie.

De toon van Alikber verandert dan ook als een belangrijke datum in de geschiedenis van het Azerbeidzjan ter sprake komt. 26 februari 1992. ,,Het bloedbad van Khojaly. Een zwarte bladzijde”, zo omschrijft hij die dag. ,,Daar proberen we jaarlijks aandacht aan te schenken. 613 mensen -waaronder vrouwen en kinderen- zijn gemarteld en vermoord door Armeense separatisten met hulp van het Russische leger. Het was een genocide. Zo zien wij dat. Een dorp is in die nacht aangevallen en mensen zijn zonder reden doodgeschoten.”

Het is een bloederig dieptepunt in een conflict over Nagorno-Karabakh, een Armeense enclave binnen Azerbeidzjan. De zes jaar durende oorlog eindigt in 1994, als buurland Armenië niet alleen de enclave opeist, maar ook stukken van het gebied er omheen.

Op één van die stukken land staat het ouderlijk huis van Alikber. Het huis dat hij nooit weer zag, sinds ze in 1992 vluchtten. Via verschillende omwegen komt het gezin in 2001 in Nederland terecht.

,,Ik ben Nederland heel dankbaar voor de kansen die we hebben gekregen. Dat zal ik nooit vergeten”, zegt vader Elchan. Hij ziet drie decennia geleden geen andere optie dan samen met zijn vrouw en twee kinderen te vluchten uit angst voor de Armeniërs.

Hij probeert in het Nederlands zijn gevoel te beschrijven, maar schakelt al snel naar zijn moedertaal. Zelfs dan is het zoeken naar woorden. ,,Het is een pijn in mijn ziel”, doet hij een poging. In details treden blijft lastig. ,,Voor mijn vader is het een traumatische ervaring”, springt Alikber bij.

Toch is er bij Elchan een sterke hunkering om terug te keren naar Qubadli, een stad in zuidwesten van Azerbeidzjan. Wanneer dat kan, weet hij nog niet. Wel heeft de familie de hectare grond waar het huis op staat (,,al is daar niks van over”) terug in handen. ,,Maar overal liggen mijnen. Het gebied moet eerst schoongemaakt worden.”

,,Het is qua natuur vergelijkbaar met de berglandschappen in Zwitserland en Oostenrijk”, mijmert Elchan. ,,Heel bosrijk.”

Vader en zoon hopen verder twee dingen: dat de daders berecht worden en dat Nederland de gebeurtenis van 29 jaar geleden erkent als genocide. ,,Families zijn verwoest. Dat willen we onder de aandacht brengen. We kunnen de doden niet tot leven brengen, maar dit kunnen we wel doen.”

Dat is ook om de vrees voor herhaling te ondervangen. Want die angst is er wel degelijk bij de familie. ,,Het moet klaar zijn met de oorlog”, is hun stellige overtuiging. Alikber benadrukt: ,,We hebben geen haat tegen de Armeense bevolking. We willen op een vreedzame manier leven.”

Hij was zelf nog jong was toen het gezin vluchtte en groeide verder op in Nederland, maar toch kan hij de link met de geschiedenis niet loslaten. ,,Het is een deel van mij. Ik voel me Nederlander, maar ook Azerbeidzjaan. Het klinkt misschien dubbel, maar ik heb twee identiteiten.”

Hij probeert dan ook het beste van beide culturen te combineren. ,,Het Azerbeidzjaanse volk wordt gezien als heel gastvrij. Iedereen kan altijd binnenlopen. Het is een hele warme cultuur”, schetst hij. ,,Maar het is ook een temperamentvol volk. Nederlanders zijn wat koeler.” Lachend: ,,Dat heb ik wel geleerd: om dat temperamentvolle wat te onderdrukken. De nuchterheid van Nederlanders is een mooie eigenschap.”

De plannen om jaarlijkse culturele dagen te organiseren, zijn door corona de laatste tijd uitgesteld, maar de openheid en gastvrijheid kan ook op andere manieren en momenten tot uiting komen. ,,Mijn moeder helpt de buurvrouw wel eens met recepten”, geeft hij als klein voorbeeld.

En de ideeën beperken zich niet alleen tot hier in Nederland. Het ultieme doel is om Nederlanders via de stichting rond te leiden in Azerbeidzjan. ,,Dat is een droom”, besluit Alikber.