Wadvogels schrikken het meest als een Hercules overvliegt

Militaire transportvliegtuigen zijn van alle luchtverkeer de grootste verstoorders van vogels op de Waddenzee, meer dan helikopters, straaljagers en sportvliegtuigjes.

Dat constateren onderzoekers van het scholeksterproject CHIRP die op de Vliehors drie jaar volgden hoe vogels reageerden op overvliegende vliegtuigen. Ze keken daarbij naar het opvliegen van rosse grutto’s, wulpen, meeuwen en scholeksters. Van die laatste soort was waren vogels met zenders uitgerust, waarmee ze na een verstoring konden worden gevolgd.

Weinig last van sportvliegtuigjes en straaljagers

Boven natuurterrein de Vliehors wordt geregeld gevlogen, vanwege de militaire oefeningen die er plaatsvinden en de nabijheid van het vliegveld van Texel. De sportvliegtuigjes van dit laatste vliegveld bleken voor weinig verstoring te zorgen als ze netjes boven de minimale vlieghoogte van 450 meter bleven.

Ook de effecten van straaljagers waren doorgaans beperkt. Mogelijk zijn de vogels er zo aan gewend dat ze er nauwelijks nog op reageren, suggereren de onderzoekers. Het afwerpen van bommen boven de Vliehors - wat maximaal drie weken per jaar mag - zorgde wel voor enige verstoring: tot op 4 kilometer afstand kwamen vogels in beweging. Ook helikopters zorgen voor onrust, doordat ze langer blijven hangen.

Amper extra energie

Laagvliegende militaire transportvliegtuigen met een zwaar geluid, zoals de Hercules C-130 en de Airbus A400M, bleken het grootste effect te hebben. Vogels vlogen tientallen minuten rond en namen soms zelf de wijk naar andere eilanden. De onderzoekers noemen het daarom een geluk dat de luchtmacht maar een paar keer per jaar met transportvliegtuigen uitrukt.

De gezenderde scholeksters lieten zien dat de meeste vliegtuigverstoringen de vogels amper extra energie kosten, gemiddeld 0,25 procent per dag. Op dagen met grote verstoringen gebruiken de dieren wel 10 procent meer energie.

De onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), Radboud Universiteit en Sovon Vogelonderzoek stellen dat wenselijk is om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen tijdens voor vogels moeilijke periodes, zoals bijvoorbeeld koud winterweer. Ook adviseren ze om straaljageroefeningen niet uit te voeren bij hoog water, wanneer vogels al beperkt zijn in hun ruimte.