Peperdure watercrassula kost nog eens 2 miljoen euro

Het uitroeien van de watercrassula, een uitheems vetplantje op Terschelling, kost dit jaar nog eens 2 miljoen euro.

Twee derde van die kosten komen voor rekening van de provincie, meldt minister Carola Schouten in een brief aan de Tweede Kamer. Eerder werd er al 5 miljoen euro aan gespendeerd.

Terschelling is in Nederland een dure uitschieter, erkent de minister op vragen van de VVD. Het plantje bedreigt de Natura2000-gronden. Nederland kan niet onder de opruimkosten uit. Europese natuurregels dwingen het gebied te beschermen.

In 2018 en 2019 hebben de provincies Friesland, Drenthe, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland, Noord-Brabant en Limburg samen 4,32 miljoen euro uitgegeven aan bestrijdingsmaatregelen voor de watercrassula. Op Terschelling liep het totaalbedrag op tot 5 miljoen euro. De provincie betaalde 3,37 miljoen euro. De rest kwam van Staatsbosbeheer, de gemeente Terschelling en Europa. De laatste stelde 1 miljoen euro beschikbaar uit het fonds voor plattelandsontwikkeling.

De watercrassula gedijt op natte zandgronden. Hij werd in 2013 aangetroffen in de Grote Plak, een natte duinvallei bij Midsland. Tientallen hectares natuurgebied zijn al afgeplagd.

In december meldde gedeputeerde Douwe Hoogland dat de provinsje nog 1 miljoen euro zou uittrekken. Hij betwijfelde toen al of dat voldoende zou zijn. ,,Dêrmei binne wy der noch lang net’’, zei Hoogland destijds. ,,Wy hawwe echt noch wol in miljoen of 4 nedich, mar dêrfoar sille wy nei it ryk of Europa. Wy bliuwe net beteljen.’’

Voor het lopende jaar doemen nu nog eens 2 miljoen euro aan opruimkosten op. Noord-Holland en Zeeland voorzien samen een nieuwe kostenpost van minimaal 450.000 euro. De verantwoordelijkheid van de bestrijding ligt bij de provincies, meldt Schouten. Ze gaat een landelijk overleg organiseren om ,,eventuele hiaten in onze aanpak te signaleren’’.