Manieren om verhalen te vertellen

FRANEKER - Er zijn meer overeenkomsten tussen de kermis en musea dan je misschien zou denken. Over dit gegeven heeft Albert Meijer, voormalige inwoner van Franeker, een kinderboek geschreven: ‘Mo & Pleun - kermis, kunst en kattenkwaad’.

Albert moet er ineens weer aan denken: de miniatuurkermis in Museum Martena, dat nog `t Coopmanshûs heette toen hij er als kind een bezoek aan bracht. Hij kon er uren naar kijken. En nu, jaren later, heeft hij een kinderboek geschreven waarin de fenomenen kermis en kunst bijeen worden gebracht, net zoals in die ene ruimte van het Franeker museum.

Een toevalligheid, maar wel eentje die de cirkel in zekere zin rond maakt. Kunst en cultuur hebben namelijk altijd een rol in Alberts leven gespeeld, wat mede te danken is aan het culturele aanbod in Franeker. Zijn bezoek aan ‘t Coopmanshûs was, voor zover hij het zich kan herinneren, zijn eerste museumbezoek ooit.

Kunstdrempel verlagen

De liefde voor kunst en cultuur werd verder aangewakkerd door zijn ouders, die hem wel eens meenamen naar andere musea en ook concerten. Uiteindelijk koos Albert voor een studie die in het culturele straatje lag: muziekwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tijdens de daaropvolgende master ‘Europese studies’ focuste hij zich eveneens vooral op cultuur - zijn scriptie ging over het Eurovisiesongfestival.

Hij speelt verder in een band en schrijft liedteksten. Een muzikale vriend heeft hem een aantal jaar geleden ingeleid bij het mediakunst-collectief Dropstuff Media. Zij maken media-installaties en tentoonstellingen voor bijvoorbeeld festivals, evenementen en in binnensteden. Dit door kunst dichterbij mensen te brengen.

,,Veel mensen vinden musea te duur, ervaren een drempel of begrijpen de kunst niet”. Legt Albert uit. ,,Dat heb ik ook wel. Soms kom ik in een museum voor moderne kunst en denk ik, waar gáát dit allemaal over?”

Kattenautomaat

Eén van de projecten waarmee Dropstuff Media kunst bij de mensen brengt, is de Koude Kermis. Een kermis met herkenbare attracties, maar dan met een kunstzinnige inslag. Daarmee worden ‘platte’ volksvermaak en ‘hoge’ kunst met elkaar verenigd. Albert: ,,Tussen volksvermaak en kunst ervaren veel mensen een afstand. Dat terwijl het beide manieren zijn om verhalen te vertellen.”

Albert heeft zelf ook op de Koude Kermis gestaan. Onder andere bij de ‘grab the pussy machine’. Dit is een project dat tot stand is gekomen in samenwerking met het Ouderenfondds. Ouderen breien samen katjes, en die komen in deze grijpmachine. Elk katje is gechipt, en als je hem scant met je telefoon, zie je zijn naam, een biografie én wie hem heeft gebreid.

Andere werelden

De ‘grab the pussy machine’ is inspiratie geweest voor het kinderboek ‘Mo & Pleun - kermis, kunst en kattenkwaad’. In dit verhaal worden twee kattenknuffels, die in een grijpautomaat leven, door kermisbezoekers uit de automaat gehengeld. Kat Mo belandt in een museum, kat Pleun op de kermis.

Na jaren ontmoeten ze elkaar weer, en laten ze elkaar hun nieuwe werelden zien. Pleun snapt niets van de kunst, die Mo juist heel prachtig vindt. Mo op zijn beurt krijgt een rondleiding op de kermis, en kan daar maar niet het kunstzinnige gehalte van inzien. Pas op de Koude Kermis leren ze dat kunst en kermis veel met elkaar gemeen hebben: ‘Ze zitten beide vol verhalen, en ze zijn voor iedereen’.

Leren over kermis

Lezenderwijs komen kinderen interessante feitjes te weten. Bijvoorbeeld over hoe oud de kermis is, en dat de kermis ooit veel meer functies had dan nu. ,,Een film kijken zoals in de bioscoop kon voor het eerst op de kermis”, vertelt Albert, die voor zijn boek een kermisdeskundige heeft gesproken. ,,Ook de eerste grammofoon werd op de kermis gepresenteerd. En omdat een kermis reisde, had dit ook een nieuwsfunctie. Met schilderijen werden verhalen verteld. Dus de kermis week niet heel veel af van een museum.”

Dat er grotere vragen achter het vrolijke verhaal van Mo en Pleun zitten, namelijk wat kunst kunst maakt en waarom, is voor de doelgroep (kinderen van zes tot en met negen jaar) misschien niet heel relevant. Alhoewel? ,,Kinderen weten ook wel wat er gebeurt in de wereld”, stelt Albert. ,,Het verhaal over die banaan die laatst met tape aan de muur werd geplakt door een kunstenaar krijgen ze gewoon mee. En daar hebben ze vaak ook een mening over.” Maar los daarvan: het verhaal is voor alle kinderen goed te volgen, en vooral bedoeld om ze te vermaken.

Verhaal in rijmvorm

Het idee voor het boek komt uit de koker van René van Engelenburg, algemeen directeur van Dropstuff Media. Het verhaal is geschreven in rijmvorm, en voorzien van kleurrijke illustraties gemaakt door Eva Kröse. Onlangs is het resultaat gepresenteerd in de openbare bibliotheek van Amsterdam. ,,We hebben het verhaal voorgelezen aan vijftig kinderen. Die vonden het erg leuk.” Albert kijkt met plezier terug op het hele schrijfavontuur. ,,Het was mijn eerste kinderboek ooit. Wie weet schrijf ik er ooit nog weer eentje.”