Driedoornig stekelbaarsje vertoont zich amper op het Wad

De driedoornige stekelbaars is dit jaar amper waargenomen op de Waddenzee. Het trekvisje, een belangrijke voedselbron voor lepelaars, bleef vrijwel buiten beeld bij meetpunten.

Gewoonlijk worden er bij de vishevels van Roptazijl en Zwarte Haan volop driedoornige stekelbaarsjes geteld in het voorjaar, maar dit jaar was de score vrijwel nul, zegt gemaalbeheerder Siebold Krol van Wetterskip Fryslân. Een verklaring hebben hij en collega Richard Feenstra niet voor deze ,,dramatyske ôfname’’.

De driedoornige stekelbaars is doorgaans een heel algemeen visje, dat zich in zoet en zout water kan redden. De diertjes worden maximaal 10 centimeter lang. Een deel van de populatie zit permanent in zoet water, een deel blijft op zee. De meeste pendelen echter tussen zout en zoet om in hun tweede en laatste levensjaar te paaien in het binnenwater.

De visjes hebben (evenals de tiendoornige stekelbaars die in het zoete blijft) een typisch paairitueel. Het mannetje bouwt een buisvormig nestje tussen de waterplanten en drijft het vrouwtje daar doorheen om haar kuit te laten schieten. Dat bevrucht het mannetje, waarna hij nest en broed verzorgt.

Ook elders op het Wad heeft het baarsje zich slechts mondjesmaat vertoond. Visser Jaap Vegter, die bemonstert bij Schiermonnikoog en Lauwersoog zag er ,,heel weinig’’. Bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel is het niet anders. Het NIOZ meet met fuiken de trekbewegingen van vissen tussen Waddenzee en Noordzee. Het baarsje geldt hierbij niet als ‘targetsoort’, zegt onderzoeker in opleiding Suzanne Poiesz.

Bij het Marsdiep onder Texel zijn nauwelijks baarsjes gevangen, ter hoogte van Schiermonnikoog dook alleen in het vroege voorjaar nog ,,een redelijk aantal’’ op. Poiesz tekent hierbij aan dat met de fuiken alleen de exemplaren van minimaal 7 centimeter worden gevangen. Kleintjes glippen door de mazen. Omdat er in het verleden wel vaker dips zijn vastgesteld in de trekbewegingen, is het NIOZ nog niet gealarmeerd, zegt Poiesz. ,,Maar als het volgend jaar weer zo gaat is het wel zaak om na te gaan of er meer aan de hand is.’’

Driedoornige stekelbaarsjes gelden als prominent voedsel van de lepelaar. Poiesz omschrijft ze als ‘caloriebommetjes’. ,,Het is het bulkvoer voor de kuikens. Als je ze in het voorjaar vangt, druipt het vet er bijna uit.’’ Op de lepelaarskolonie van Schiermonnikoog lijkt de mindere baarsjesstand geen vat te hebben gehad, zegt boswachter Jan Willem Zwart van Natuurmonumenten. Rond de Westerplas op het eiland hebben zich nu tegen de 150 vogels verzameld voor de trek naar het zuiden.