“Een boa constrictor is niet zo bijzonder als een ringslang”

DRONRYP - Zelfs al bevindt Bert van Geel zich in een gebouw, hij heeft alleen maar oog voor de natuur - al betreft het ‘slechts’ wat schimmel in een hoekje. De natuur is waar zijn hart ligt. Met oog voor het ogenschijnlijke kleine wil hij jong en oud op vermakelijke wijze leren over de wonderlijke wereld der natuur.

Thuis was niet de fijnste plek voor Bert toen hij kind was. Zijn moeder lag van zijn vierde tot zijn zevende vooral in het ziekenhuis vanwege een ernstige ziekte. Gezinsververzorgsters hielden het huishouden draaiende. Elke drie maanden trad een andere vrouw aan - langer mochten ze niet blijven om sociale binding te voorkomen. ,,Die vrouwen probeerden de rol van mijn moeder over te nemen”, vertelt Bert. Hij hield er niet van, en als hij de kans kreeg, maakte hij dat hij weg was. Na het overlijden van zijn moeder was hij nog meer de hort op. Hangen op straat deed hij niet; hij ging de natuur in.

Leren in boekhandel

,,We woonden in Woerden. Ik ben opgegroeid tussen de steden, maar wel in het groene hart.” Dit natuurrijke gebied was zijn uitvlucht. Hij had er plezier in om vogels en andere dieren te spotten, en om bloemen te plukken. Vaak wist hij niet wat hij had gezien. Dan vroeg hij aan zijn vader: ,,Ik zag een witte vogel met een oranje snavel. Wat is dat?” Of: ,,Wat voor bloemen zijn dit?” Zijn vader had geen idee. Dus ging Bert zelf op onderzoek uit. ,,Ik ging naar de boekhandel van Meneer Kraaijenbeek. Hij herkende me op een gegeven moment wel. Zei dan: ‘Heb je weer wat gezien, jongen? Zoek maar op wat het was!’ Hij schreef alles voor me op.”

Zo leerde hij dieren en geluiden herkennen, en de namen van bloemen en planten. Plus alle bijzondere eigenschappen van planten, bomen en dieren. Maar de échte liefde voor de natuur, ontstond tijdens een winterse dag op de lagere school. ,,Onze leraar was iets op het bord aan het schrijven. Hij keek wat zijdelings naar buiten, liet zijn krijtje vallen en wees. ‘Pestvogels!’, zei hij. Er zaten er wel tien in een struik vlak voor het raam. De leraar fluisterde: als we heel voorzichtig en stil naar het raam lopen, dan kunnen we ze van heel dichtbij zien. Dus wij kijken, en ik werd he-le-maal gék. Ik vond het zo verschrikkelijk mooi!”

Aanstekelijk enthousiasme

Het leek een open deur dat Bert bioloog zou worden. Maar zijn vader vond een opleiding tot bioloog te duur en stuurde hem naar de LTS. Dit was onder Berts’ niveau, dus ging hij op aanraden van de decaan naar de mavo. Op zijn 20ste stuurde zijn vader hem het leger in. Het mooie hiervan was: veel van het werk vond buiten plaats. Als het even zo uitkwam, leerde hij zijn collega’s dingen over de natuur. Ze werden aangestoken door Berts enthousiasme. ,,Hadden we een oefening in het veld, klonk het ineens: ‘Krijg nou wat! Een ringslang!”

Na het leger heeft hij nog tien jaar op kantoor gezeten als software ontwerper. ,,Dat deed ik tot ongeveer 2011. Ik had er wel affiniteit mee, maar miste ook wel wat. Toen zei mijn huidige vrouw Hendrika: waarom ga je niet doen waar je écht goed in bent?”

Ontdekkingstocht op schoolplein

Hij besloot de sprong te wagen, en zich vol te storten in natuureducatie. Na een aanloopperiode werd zijn agenda hoe langer hoe voller. ,,Nu kom ik dagelijks op scholen. En ik geef lezingen, excursies en schrijf artikelen.” Op vermakelijke wijze leert hij jong en oud over de wonderen van de natuur. En dan niet zozeer de natuur in exotische oorden. ,,Als ik naar scholen ga, neem ik altijd wel een slang of bijzondere spin mee. Maar na twintig minuten gaan we naar buiten, en verkennen we de natuur op of rondom het schoolplein.”

Dan gaat hij met de leerlingen bijvoorbeeld naar een ‘gewone’ boom. Als de kinderen horen dat de boom bijvoorbeeld een es is, vraagt Bert ze of het een ‘mama’ of een ‘papa’ is. ,,Uiteindelijk zeggen ze: een mama, want deze es heeft zaadjes. Dan vraag ik ze of een boom ook naar een supermarkt kan. Nee, natuurlijk. Maar hoe komt hij dan aan eten?” Hij legt ze als het ware kleine raadsels voor die ze zelf mogen oplossen. Zo leren ze dat alles in de natuur een reden heeft. En ze onthouden beter de naam van dieren en planten, ervaart Bert.

Beleving

Doordat Bert al sinds zijn kindertijd leert over de natuur, heeft hij een hoop leuke kennis op zak. ,,Een keer kwamen ouders naar mij toe. Ze vroegen of het klopt dat ik hun kinderen had verteld dat de piemel van de oorwurm afbreekt nadat hij heeft gepaard met het vrouwtje. Het klonk in hun oren als onzin, maar het is echt zo. Als ik het ze uitleg, merk ik dat ik bij ze in achting stijg. Vandaar dat het tegenwoordig echt als een lopend vuurtje gaat. Steeds meer mensen weten mij te vinden.”

Hij geniet volop van alle dagen sinds zijn carrièreswitch. ,,Ik voel alleen maar beweging in mijn lijf wanneer ik buiten ben. Ik zie en hoor alles. En zelfs in gebouwen zoek ik de natuur. Dan zie ik een spin, of schimmel. Wij mensen zijn de natuur. Maar we zijn de weg kwijtgeraakt. De feeling met de natuur is minder geworden - al merk ik tegelijk ook wel dat de laatste tijd weer meer belangstelling voor de natuur komt. Ik probeer mensen warm te maken voor de natuur, en deel mijn kennis graag. Ik wil mensen echt vermaken en tegelijk iets leren.”

Theatercolleges

Die twee strevens komen samen in een nieuw project. 20 november en 29 december geeft Bert theatercolleges in de Koornbeurs. ,,Volwassenen én kinderen in een zaal, en ze allemaal net zo boeien met feitjes over onze Nederlandse cultuur. Want iedereen is onder de indruk van exotische dieren. Zoals een boa constrictor, maar in feite is dat niet zoveel bijzonders. Hij is groot, dat is alles. Neem je de ringslang die wij gewoon in Nederland hebben, dan heb je het over iets bijzonders. Niemand weet dat hij doet alsof hij dood is als hij wordt aangevallen. Hij gaat dan zelfs stinken als iets doods. Een reiger pakt de slang en laat hem onmiddellijk vallen; dit is geen lekker hapje. Er is geen enkele andere slang in de wereld die dat doet! Dát vind ik nou fantastisch!”

Meer informatie: www.bertvangeel.nl.

Tekst: Martine van der Linden