Twentse landganzen als terreinbewakers

MINNERTSGA – Sinds negen jaar houdt Arie Mus uit Minnertsga Twentse landganzen. Mus is zeer gecharmeerd van het ras en vindt het spijtig dat er maar weinig fokkers en weinig ganzen zijn, hij zou daar graag verandering in zien. Zijn ganzen gooien hoge ogen op shows, maar Mus geniet vooral van de dieren omdat ze volgens hem erg sociaal en trouw zijn. Bovendien bewaken ze het terrein.

Het is even een toer om bij het terrein achter het huis te komen waar Mus zijn ganzen houdt. Mus geeft een rondleiding in het doolhof, de ruimte in en rond de woning van het echtpaar Mus is volledig benut. Iedere meter staat vol met materialen en met kooien.

,,Onze dochters zijn het huis uit, we leven nu voor de dieren. Behalve de ganzen hebben we nog veel meer dieren, diamantduiven, tortelduiven, postduiven, de cavia’s Bert en Ernie, zebravinken, kanaries, konijnen waar ik ook mee fok en naar tentoonstellingen ga en we hebben een hond.’’

Behalve veel dieren is er ook veel materiaal te vinden op het terrein rond de rijtjeswoning van Mus, hout, ijzer, machines om de grond te bewerken een enorme heftruck: ,,Het is allemaal nog goed spul, dat kan ik allemaal nog een keer gebruiken. Ik ben creatief, daar kan ik wel weer iets van maken. Die heftruck, dat is een zware, die kan zo’n vijf, zes ton tillen.’’

Toeval

Mus kwam bij toeval in aanraking met de ganzen. ,,We brachten postduiven weg voor de slacht. Op dat adres ben ik in contact gekomen met de ganzen. We kwamen toen met drie ganzen thuis, die mensen gingen naar het bejaardentehuis en moesten een ander thuis hebben voor de dieren. Een jaar later hadden we er zeventien. Ganzen krijgen punten, hoe hoger de punten, hoe beter de gans voor de show. De ganzen onder de 93 punten verkopen we, die hoger zitten, houden we zelf.

Ze kunnen wel dertig jaar worden en zijn zo’n tien jaar vruchtbaar. We laten uiteraard niet alle eieren bevruchten en uitkomen, dan zouden we veel te veel ganzen krijgen. We houden er zelf zes, twee genten en vier ganzen, dat is een mooi aantal. De eieren geven we weg. Een kankerpatiënt krijgt vaak eieren van me, die voelt zich er prettig bij. Uiteraard helpt het niet tegen de kanker, maar hij voelt zich beter na het eten van ganzeneieren.’’

Vos

,,De ganzen zijn sterk en blijven bij elkaar, samen verdedigen ze de boel. Ze hebben hier met zeven ganzen een vos te grazen gehad. Ze laten zich niet uit elkaar jagen, dat is hun kracht geweest. Het is een pracht, die beesten. Zie je die bult daar achter? Daar zitten ze vaak met zijn allen op. Als ik dan kom om ze te voeren, komen ze met zijn allen aan vliegen. De Twentse landgans is het enige Nederlandse ganzenras dat er nog is. In totaal zijn er nog een stuk of acht fokkers, dat is niet veel. Het is een fijn ras, bijna was de Twentse Landgans uitgestorven. Gelukkig hebben enkele enthousiaste fokkers de gans weten terug te fokken. Maar in mijn ogen is het ras nog altijd te onbekend.’’

Suwarda Vis