Statushouders in Waadhoeke: ‘Blije bewoners: daar doe je het voor’

Statushouders zijn vluchtelingen, net als asielzoekers. Met één belangrijk verschil: statushouders hebben een (tijdelijke) verblijfsvergunning. In Waadhoeke wonen momenteel circa tweehonderd volwassen statushouders. Vrijwel allemaal hebben zij een ontwricht verleden in het land van herkomst, maar een toekomst in Nederland. Deze week deel twee van een vierluik waarin u kennismaakt met een aantal statushouders uit onze gemeente en met professionals, vrijwilligers en instanties die deze bijzondere mensen begeleiden.

Om van Eritrea in Waadhoeke te komen is een reis van bijna achtduizend kilometer nodig. Het Oost-Afrikaanse land, grenzend aan Ethiopië en Soedan, kent al een kwarteeuw een dictatuur. Critici van het regime en religieuze minderheden zijn er hun leven niet zeker, honderdduizenden Eritreeërs hebben hun land verlaten. Tesfatsion Ghebremariam (29) vluchtte in 2014 naar Nederland. Alleen, zonder familie.

Geen democratie

“Eritrea kent geen democratie. Als je kritiek uit op de president, ga je de gevangenis in. De dienstplicht duurt in mijn geboorteland officieel achttien maanden, maar kan uiteindelijk wel langer duren dan tien jaar. Dienstweigeraars en deserteurs worden wreed gestraft, ook hun familieleden lopen dan gevaar.”

Hoe anders is de situatie in zorgcentrum Beuckelaer in Sint Annaparochie. Tesfatsion, Tesfit voor bekenden, loopt hier twee dagen in de week stage voor zijn mbo-opleiding Helpende zorg en welzijn 2. Hij is één van de ongeveer tien vluchtelingen die er ‘kleur binnen de deur’ brengen. Tesfit stuurde het zorgcentrum een mail en kon er aan de slag. Atje Tadema, directeur van Zorgcentrum het Bildt (waaronder Beuckelaer en Nij Bethanië in Tzummarum vallen), ziet hoe essentieel werk voor vluchtelingen is.

Alles valt en staat met taal

“Werken biedt structuur en stimuleert de taalvaardigheid. Alles valt en staat met taal. Een taalbarrière staat goede integratie in de weg. Daarom zorgen we in Beuckelaer dat ‘onze’ vluchtelingen veel contact hebben met bewoners en collega’s en bijvoorbeeld in een maatjesproject samen, of met een coach, werken aan een betere beheersing van het Nederlands. Niet de hele dag achter de poetsmachine, maar communiceren. Dat is zo belangrijk.”

Al vier jaar na zijn komst spreekt en schrijft Tesfit opvallend goed Nederlands. In Eritrea stond hij op een basisschool voor de klas, maar nu lokt de zorg hem meer dan het onderwijs. Naast zijn stage in Sint Annaparochie volgt hij drie dagen per week een opleiding aan het Friesland College. “Nadat ik mijn diploma heb behaald, wil ik met ouderen blijven werken, misschien wel in Beuckelaer. Ik heb het hier prima naar mijn zin en werk samen met leuke collega’s. En minstens even belangrijk: ik merk dat de bewoners blij zijn met mijn hulp. Daar doe je het toch voor?”

Fries op het voetbalveld

Stage lopen, een opleiding volgen en inburgeringsexamens: Tesfit bouwt hard aan zijn toekomst in Nederland. Daarnaast werkt de Berltsumer drie avonden in de week bij grandcafé ’t Gerecht in Heerenveen. En komende zaterdag is hij als speler van het tweede team van SC Berlikum weer te vinden op het voetbalveld. “Dan kan ik ook nog aan mijn Fries werken, want mijn voetbalvrienden spreken niet echt vaak Nederlands. Gelukkig kan ik op zondag altijd bijkomen.”