Kaatsverhaal: Zondagsrust

FRANEKER

“Te Moddergat vond op Zondagmiddag, met toestemming van de burgemeester, een kaatspartij plaats. De jeugdige dominee Dethmers en een aantal ouderlingen verschenen op het terrein en sneden de kaatsballen die ze te pakken konden krijgen, doormidden. Tegen de dominee en ouderlingen is proces-verbaal opgemaakt wegens ‘baldadigheid’.” Aldus het Nieuw Advertentieblad van 23 juli 1892.

Het was verwerpelijk en deed de ziel schade, wanneer men sport met het lichaam bedreef en deze buiten de geest omging. Maar in die tijd hadden allerlei volksspelen het zwaar, wanneer die op zondag, de dag des Heren werden beoefend.

Een paar decennia daarvoor was de orthodoxie weer enigszins opgeleefd. Ook werd er gewezen op het gevaar van het kaatsen. In veel dorpen en steden werd vaak op het plein naast een kerk gespeeld. De vaak met dierenhaar gevulde kaatsballen, waren massief en keihard en veel plaatsen stelden daarom gemeentelijke verordeningen op, om het kaatsspel in de buitenlucht te verbieden of te reguleren.

De kaatsers waren ook dusdanig luidruchtig dat de predikant nog nauwelijks verstaanbaar was. Kinderen speelden in de kerk en renden elkaar achterna en jonge kerels liepen tijdens de dienst wel eens naar binnen om te kijken naar die mooie meid van het dorp.

We weten nu dat er een omslag in dit denken zal komen, maar honderd jaar eerder was het nog strenger dan hierboven beschreven. Zo werd in 1686 op zondagen, kerkdagen en bededagen het kaatsen of de bal te slaan verboden, net als andere ‘wulpsigheden’ te bedrijven. In feite waren dan op zondag de herbergen gesloten, bij uitstek en historisch gezien de plek waar kaatspartijen werden georganiseerd. Eventuele dwarsigheid van de lokale herbergier kon worden beloont met een fikse boete.

In de tweede helft van de negentiende eeuw, komt er wat meer ruimte. Pommeranten; kooplui en middenstanders, bemerken de behoefte aan afleiding van sport bij de bevolking. Werkloosheid, misoogsten of uitbraak van ziekten zoals cholera, kortom algehele malaise heerst ook in Friesland. Zeker na de Eerste Wereldoorlog lijkt er door een verandering van de tijdsgeest enige verandering te komen in de strengheid van de kerk. In gebieden waar het kaatsspel bijna is verdwenen, is een herleving van de sport te zien, omdat ook de opvatting van spel en sport acceptabeler is geworden.

We hebben dan al een periode gezien waarin kaatsverenigingen als paddenstoelen uit de grond schieten en de ledenaantallen snel oplopen. Naast de opgerichte vrijzinnige vereniging NKB, komen ook de christelijke kaatsers in beweging, wat resulteert in de oprichting van de CFK in 1934. Het duurt nog een hele poos, voordat Noordbergumse predikant Dijkstra in 1981 zal zeggen: ,,Het mooiste speelgoed dat onze lieve Heer ons ooit heeft gegeven is de kaatsbal van de 'PC'”.

Dit was het laatste kaatsverhaal geschreven door Eddy de Vries.