Kaatsverhaal: Slapen op de kermis

FRANEKER

De tijd dat kaatsers nog lopend of op de fiets, of zelfs zoals Ids Roukema van Harlingen deed, op de stoomfiets naar het kaatsen gingen ligt al decennia achter ons. Of per tram of trein natuurlijk. Heden ten dage is het algemeen en praktischer geworden dat de matadors op de dag zelf naar hun wedstrijden gaan.

Maar in de jaren ’20 van de vorige eeuw was dit niet zo normaal. Indien lopend of op de fiets, dan ging men vaak, afhankelijk van de afstand, de avond ervoor al richting de plaats waar gespeeld zou worden. Een goede nachtrust in eigen bed was hen niet gegund.

Zo ook die ene keer niet, wanneer Sikke de Vries in Leeuwarden mee zal doen aan een Kermispartij. Sikke de Vries is de eerste Harlinger ooit die de PC wint, in 1913, en twee jaar later wint hij weer. Hij zal dan als eerste Harlinger ooit de eerste Koning op de PC zijn.

Hij is de avond ervoor uit Harlingen vertrokken, en kan erop vertrouwen dat hij een goede slaapplaats heeft bij een bekende die dit hem heeft aangeboden. Deze bekende van hem ligt met een ‘skipke’ in één van de Leeuwarder grachten.

Aangekomen in Leeuwarden loopt Sikke de Vries door de stad en wil op zoek naar dat scheepje. De kermis tegenover het Gerechtsgebouw laat hij links liggen. De ‘ouwe seun’ zoekt liever direct zijn aangeboden bed op om een goede nacht te hebben, maar hij weet zich niet te herinneren waar dat scheepje ook alweer moet liggen.

Nog maar een eens rondje door de stad, maar het schiet hem niet te binnen. Hij heeft nu al zoveel gelopen en gezocht en begint er moe van te worden. ‘Die goeie nachtrust kan ‘k wel skiete’; denkt hij en gaat op zoek naar een andere plek waar hij zijn hoofd neer kan leggen.

Dan de kermis maar weer over, het is al donker en er is niemand meer. Hij loopt naar de sjieke draaimolen van de familie Koopal, en kruipt door een opening in het kleed. Een mooi van binnen met zwart fluweel beklede bak, lijkt hem de plaats om de rest van de nacht door te brengen. De hoed gaat af, de jas uit en hij geeft zich neer. Het is verre van ideaal, maar het moet maar.

Sikke de Vries schrikt de volgende ochtend wakker van muziek. De optocht van het muziekkorps en kaatsers op weg naar het kaatsveld komt langs. Gauw de slaap uit de ogen gewreven. Wanneer hij het kleed van de draaimolen opzij schuift, zien mensen daar de Harlinger kaatser de jas aan trekken en de hoed opzetten. Onder hilarisch gelach van de omstanders en kaatsmaten gaat het op naar het kaatsveld.

Tekst: Eddy de Vries