‘Alles in de wind, alles...’

Op een bankje bij it Skûtsjesilen raak ik aan de praat met een oud-schipper. Als ik vertel dat ik bij een antidiscriminatiebureau heb gewerkt, zegt hij: ,,Discriminatie? Daar hebben wij ook veel last van gehad. Het begon al op de lagere school. Daar zongen ze: 'Alles in de wind, alles in de wind, 't is maar een schipperskind’.’’

Schelden, schelden doet niet zeer? Slaan zo veel te meer? Onzin. Zou best wel eens andersom kunnen zijn. Woorden dreunen door, een leven lang. Dat zeg ik niet, dat zei die schipper. Ik moet denken aan een zin uit een ander kinderliedje: ‘Ook al is hij zwart als roet, hij meent het wel goed.’ Dat zinnetje over schipperskinderen is inmiddels geruisloos veranderd in: ‘Daar loopt een schipperskind.’ En ik heb niemand woedend horen zeggen dat ons culturele erfgoed is aangetast. Zo gemakkelijk kan antidiscriminatie zijn.

Nu dat andere zinnetje nog.