Column | Me-too en de Filosoof uit Franeker

In de me-too discussie gaat het om twee dingen: Mag iemand voorstellen doen en mag de ander daarop ingaan? Het is niet van vandaag of gisteren dat iemand verliefd wordt. Dat heeft altijd al bestaan. En telkens weer laait de dscussie opnieuw op : Mag je wel zeggen dat je met iemand het bed wilt delen? Wanneer is dat schandelijk en wanneer is dat toegestaan? En hoe dachten onze voorouders daarover?

In Franeker was rond 1700 een Professor die wijd en zijd bekend stond om zijn grote kennis van de Griekse geschiedenis. Hij heette Tiberius Hemsterhuis en zijn zoon François Hemsterhuis zou later uitgroeien tot een Europees erkende "nieuwe Plato". Natuurlijk heeft deze Hemsterhuis zijn licht laten schijnen over dit probleem in de liefde. En Goethe die zijn bewonderaar was, vertolkte dit dilemma geniaal in zijn ontroerende „Die Leiden des jungen Werthers".

Het grote antwoord komt uit de Griekse contekst, waar Hemsterhuis door zijn vader goed in thuis was. François Hemsterhuis had als basis het Symposion van Plato. Daarin staat te lezen dat liefde alleen liefde is als je voor de ander je leven wilt geven. Je moet een Alkestis zijn, anders ben je geen liefde waard. Hemsterhuis zelf heeft het geote voorbeeld gegeven : Hij werd verliefd op een 25 jaar jongere Duitse Prinses en bleef haar dertig jaar lang elke week drie lange brieven schrijven. Die werden per postkoets en per trekschuit, om de andere dag naar Münster gebracht.

Alkestis ging nog verder : Zij gaf niet alleen haar leven voor haar man, zij stierf ook voor hem. Haar man was ziek geworden en de God Apollo liet weten dat hij niet dood hoefde als hij een ander vinden kon die namens hem sterven wilde. Nu begon het grote zoeken. Rijken en armen, zij weigerden. Zelfs slaven wilden niet. De vader en moeder brachten het niet op. Toen meldde zich zijn eigen lieve vrouw Alkestis. En stierf in zijn plaats. Het verdient aanbeveling Hemsterhuis , die grote zoon van Franeker te herlezen.