Kaatsverhaal: De Dokkumer koekhakkersdynastie

De oudste Dokkumers gingen wel met de hondenkar naar kaatswedstrijden. Zij voelden zich als een koning in een gouden koets, wanneer ze aan het eind van die dag, met de krans huiswaarts konden keren.

Zo ook Wiebren Kooistra. Wiebren komt in Bolsward ter wereld en zal in 1883 in Dokkum trouwen met de dan negentienjarige Adriaana Douma. Van de tien kinderen die het echtpaar zal krijgen, sterven er vijf zeer jong. Maar drie van hun kinderen zullen grote kaatsers worden.

Wiebren was een kwieke man. Een kaatser die twee keer voor 1900 de PC in Franeker won in een partuur met zijn broer. Tot in 1928 kaatste hij nog. Achtenzestig jaar oud. Aan de opslag stond hij nimmer stil, ongeduldig trippelend en joeg de ballen met hoge snelheid naar het perk. Ballen die een ietwat groene kleur hadden gekregen; men mocht toen namelijk nog op de bal spugen.

De Kooistra’s waren kermisvolk. Ze verkochten onder andere porselein en je kon ook bij ze touwtje trekken in de kraam. Maar het tegenwoordig verdwenen koekhakken zal aan hun blijven kleven. Een kermisspel waarbij een dunne koek op een hakblok werd gelegd. Die koeken werden speciaal voor dat doel gebakken.

Tegen betaling kreeg men een bijltje in handen waarmee die koek doormidden moest worden gehakt. Men begon met een flinke slag, waarmee je een snee in de koek hakte. De kunst was om de volgende slag precies te laten volgen op die snee. Eigenlijk zigzagde je door de platte koek, die ongeveer 25 cm breed was, heen. Als je het goed deed was de koek aan het eind dan in twee stukken gehakt en zat er geen stukje meer vast. Je mocht de koek na afloop opeten.

Opvallend genoeg lijken de Dokkumers er ook een afwijkende puntentelling op na te houden. Erg gelijkend op het hedendaagse tennis. Geen twee, vier, zes en een eerst, maar vijftien, dertig veertig en een eerst.

Ook voor bovenslagen gelden andere regels. Wanneer de bal boven rolt, noemt men dit een bovenslag. Een bal die over de boven vloog, noemde men een Herculesslag en tenslotte kende men de Victoriaslag, een bal die over het publiek en banken moest zijn geslagen.

Wiebren was ook de man die op 77-jarige leeftijd nog met zijn hondenkar met handel door de Dongeradelen zwierf. Hij werd op 3 mei 1943 bij een overtreding van een samenscholingsverbod ter hoogte van de Woudweg beschoten door een Duitse patrouille. Daarbij raakte hij ernstig gewond, onder meer in de schaamstreek. Ruim twee jaren later bezweek hij alsnog aan de gevolgen daarvan.

Wiebren Kooistra sterft in een bevrijd Dokkum. Op 06 december 1945. Vier dagen later, op 10 december 1945 overlijdt zijn vrouw Adriaana.