Kaatsverhaal: De Pingjumer kuierder

Als warming-up voor de kaatswedstrijd van de dag loopt ‘bindebaes’ Jan Reitsma vanaf zijn woonplaats Pingjum naar de plaats van het sporttreffen en al lopende knijpt hij dan in een steentje in zijn broekzak. Of deze voorbereiding nu garantie staat voor vele overwinningen, laat zijn palmares zien. Hij wint tenslotte 258 eerste prijzen, waarvan negen keer de PC en drie keer de Bond.

Zijn verloofde Tryn weet de volgende dag wanneer haar Jan gewonnen heeft. Zij vindt dan iedere keer een bloemetje in de vensterbank. Dit bloemetje heeft de romanticus Jan uit zijn gewonnen krans geplukt. Maar soms ligt het er ook niet, terwijl hij die dag wel gewonnen heeft.

Aan het eind van de gewonnen partij loopt Jan ook wel eens door naar een dorp of stad waar de volgende dag gekaatst zal worden. Als hij ook hier succesvol is geweest, zal Tryn misschien wel twee bloemetjes hebben gevonden.

Als jonge kaatser blinkt hij al uit. Maar het dorp verlaten om voor de prijzen te kaatsen, daar krijgt hij de kans niet voor. Maar als het even kan, kaatst hij in Pingjum de hele dag. Geen grote geldprijzen of eremetaal, maar soms een duif of een konijn.

Maar op een partij in zijn geboortedorp, wint hij als zestienjarige van ‘de grote namen’. Als perkspeler weet hij te imponeren door, achteruit lopend, de ballen uitstekend geplaatst weer te retourneren.

Na zijn zestiende komen we hem niet vaak tegen in de uitslagen. Door zijn werk als kelner in de sjieke buitensociëteit aan de Rozengracht in Harlingen, komt hij eenvoudigweg niet aan zijn geliefde sport toe. Maar vanaf ongeveer 1888 is hij niet meer te missen in de uitslagen. Soms wel twee keer op één dag.

Jan is dan in het kaatsseizoen even geen arbeider meer, maar broodkaatser. Bij de moeder van Jan moeten op een zeker moment meer dan dertig kransen aan de muur hebben gehangen. Dat hadden er nog meer kunnen zijn, maar er werd nog wel eens een prijsje gekocht of verkocht. Samen met Taeke de Jong en Pieter Baukes Yetsenga vormt hij een bijna onverslaanbaar partuur. Met deze maten wint hij voor het eerst de PC in 1890, maar daar blijft het niet bij.

Hij zal de komende jaren dikwijls de PC winnen. Die van 1894 kan hij simpelweg niet vinden; de NKB sluit het partuur van ‘de heren J. Reitsma sr., P.B. Yetsenga en J. Anema uit. Zij mogen, wegens meerdere bekwaamheid in het spel, zich niet in één partuur verenigen’.

In 1895 geldt de bepaling niet meer, en het partuur van de Oude Jan wint ook deze editie. Dit bijna alles winnende partuur, krijgt de eer om met hun beeltenis op het sigarenmerk ‘De Kaatskoning’ te verschijnen.

Eddy de Vries