Kaatsende Oranje’s

De prinsen van Oranje waren ook door de eeuwen heen verzot op het kaatsspel. Maar meestal gebeurde dat in hun kaatsbanen die gelegen waren bij hun kastelen.

Spel in de kaatsbaan was de voorloper van het huidige tennis, maar stamt rechtstreeks vanaf het kaatsspel, en is dus een variant. Dit werd ook zo genoemd tot circa 1800: Caetsen. Prins Willem van Oranje ( Vader des Vaderlands ) was er ook al dol op toen hij als kind woonde in het Duitse Dillenburg.

Vrijgezelle zoon Maurits liet bijvoorbeeld de Kaatsbaan van Prinsenhof te Arnhem overkappen. Zat hij met zijn gevolg op het balkon het spel te bewonderen en trok zich daarna terug in zijn kamer met zijn gezelschap, en de andere kamer gebruikte hij voor zijn andere hobby: zijn maìtresses.

Ook over Maurits is een pracht groot gedicht gemaakt - Maurits Kaetsspel van J. van Vloten - Nederlandse Geschiedzangen, te lang om te plaatsen maar hier toch een klein stukje: ‘Daer maeckten wy, een Kaetsbaen vry, Van twaelf schoone partueren. Ballen op d’zij, fijn cruyt daer by, Dat moesten sy besueren, Papou rebel, verloor het spel’.

Hij speelde ook veel kaats te Breda, Brussel, Dieren en bij het Binnenhof gelegen Kaatsbaan te Den Haag. Maurits halfbroer Justinus ( 1559 – 1631 ) was ook zot op het spelletje. Justinus was een bastaardzoon van Prins Willem van Oranje en kwam het volgende tegen. Zijn 13-jarige zusje Maria met wie Justinus veel speelde de latere Maria van Buren, had prachtig uitzicht vanaf de Wandelgang van Kasteel Breda op het Kasteelplein met haar vader Grafelijke Stallen, Kaatsbaan en Begijnhof.

Hola Petit Monseigneur, kom gaat me mede naar de Kaatsbaan. We spelen Bal riepen de Edelknapen hem toe, toen hij op de Slotbrug verscheen, en Petit Monseigneur rende met hen mede, het Buitenplein over, de kant van de Kaatsbaan op en Petit Monseigneur kwam spoedig ook daar. ‘Me voilà’ riep hij en stortte zich midden in den groep zijne makkers. Hij speelde dadelijk mede, ving de bal op, en wierp hem hoog in de lucht, zoo hoog als hij maar met zijn korte armpjes maar kon en schreeuwde luid mede, want hij voelde zich groot, even groot als zij een : Geleersaam en Gehettete “ man. Justinus ging later naar Middelburg en liet daar in 1594 een Kaatsbaan bouwen.

De Kaatsbanen lagen meestal buiten de kasteelmuren en waren ommuurd en dat had zijn reden. De Adel in de late Middeleeuwen keken in die jaren niet op een oorlogje. Binnen die muren waren ze veilig voor de vijand in die tijd en bood hun bescherming.

De vrouwen van de Adelijke Heren wilden ook graag spelen in de Kaatsbaan maar werden naar de „boulegrin” verwezen, een grasveld buiten het paleis. Er werden 2 stokjes in de grond geplaatst met een net er tussen gehangen.

De zachte pluimbal was doorstoken met gekleurde veertjes zo dat je hem goed kon volgen, en sloegen zo het geval met een racket over het net. Door hun hoepelrokken vooral gedragen in de Gouden Eeuw waren ze in hun beweging zeer beperkt, dus niet geschikt voor het snellere spel in de kaatsbaan. Dit spelletje werd later tot Badminton gedoopt en stamt dus ook rechtstreeks van het kaatsspel af en is Olympisch gelijk tennis, twee varianten van het kaatsspel. Dit was zeer beknopt iets over het Adelkaatsen van de Oranjes oftewel de voorloper van tennis.

Maar dat hun nazaten het spel nog niet waren verleerd liet onze huidige koning Willem Alexander en zijn familie zien op 30 april 2008 op Koninginnedag van zijn moeder Beatrix op “ It Sjûkelân “ te Franeker en “mepten omraak sjin de lytse bal”. Maar ook voor andere groeperingen waren er kaatsbanen die ook te vinden waren in Friesland o.a. te Franeker en Leeuwarden aan de Bagijnestraat.

Foto Monique Gjaltema 30 – 04 –2008.

Kaatsamateur onderzoeker Germ Gjaltema.