Het Bolwerkkerkje open voor publiek

Ruim vierhonderdvijftig jaar geleden velden Noorse houthakkers grote eiken. De bomen werden verscheept naar Friesland, waar ze gebruikt werden in de bouw. Onlangs werd een van de bomen teruggevonden. Hij was in 1565 gebruikt als vloerbalk voor de eerste verdieping van een huis in aanbouw. Dat huis is er nog steeds en staat in Franeker.

De eerste achttien jaar heeft het waarschijnlijk als woonhuis gediend. In 1578 werd het pand gekocht door de gebroeders Schellingwou, die er een mouterij met droogschuur tegenaan bouwden. (Mout is een grondstof voor bier.)

In 1605 werd het bedrijf overgenomen door de familie Keest, doopsgezinde brouwers. Zes jaar later verkochten zij de helft van de onderneming aan de, eveneens doperse, “moutmaecker Pieter Klases”. In de betreffende koopakte worden zowel de mouterij als het woonhuis genoemd.

Tijdens een bouwhistorisch onderzoek, verricht in 2018 door Jim Klingers, kwamen enkele verrassende details aan het licht. Onder de houten vloer van de kerkzaal bleek een oudere vloer van plavuizen en gele baksteentjes te liggen. Midden daar doorheen loopt een oude achtergracht die nog redelijk watervoerend is en waarvan de kademuren nog goed te zien zijn. Gevonden overspanningsbogen en andere restanten maken duidelijk dat dit grachtje dwars door de mouterij heen liep. De vondsten hebben een hoge monumentwaarde. De uitzonderlijke insluiting van een achtergracht maakt de vloer zelfs van landelijke betekenis.

Ook in de lokale geschiedenis van de dopersen heeft de mouterij een belangrijke rol gespeeld.

De doopsgezinde gemeenschap speelde destijds een belangrijke rol speelden in Franeker. Dit tot ongenoegen van de calvinisten, die zich met bepaalde opvattingen van de dopersen niet konden verenigen. Het werd de doopsgezinden verboden in het openbaar hun geloof te belijden of in een kerk bijeen te komen. Hun diensten werden in woonkamers of op verborgen plaatsen gehouden. De doopsgezinden zochten contact met de nieuwe eigenaars van de mouterij, Hans Jansen en Antje Sjoukes, geloofsgenoten die het complex van de familie Keest hadden overgenomen. Er werd overeengekomen dat het bedrijf ruimte ter beschikking zou stellen voor een vermaning. Dit moest in het diepste geheim gebeuren, je mocht aan de buitenkant niet kunnen zien dat het hier een kerk betrof.

Zo werd de bovenste verdieping van de mouterij in 1656 ingericht als doopsgezinde schuilkerk. Op de benedenverdieping zette het moutbedrijf zijn werkzaamheden voort.

Kenmerkend voor een schuilkerk is, dat je er ongezien uit moet kunnen ontsnappen. Dat kon hier via een trapje naar de galerij en een achterdeur die uitkwam op het Bolwerk. Daar vandaan kon je over het water wegkomen.

Bijna twee eeuwen heeft de vermaning als schuilkerk gefunctioneerd.

Later kwam het pand leeg te staan en raakte in verval.

De Vereniging Vrienden van de Stad Franeker besloot in te grijpen. De stichting koos als naam Stichting De Mouterij. In het najaar van 2017 is gestart met een grootscheepse restauratie van zowel het gebouw als het kerkinterieur. De stichting streeft ernaar het kerkgebouw medio 2018 open te stellen voor het publiek. Het gebouw is in beheer en bezit van Stichting De Mouterij.

Tijdens de Academiedagen krijgt de bevolking van de Waadhoeke alvast kans om kennis te maken met dit voormalig Bolwerkkerkje.