Ontstaan van het Bildt

SINT ANNAPAROCHIE

Sytse Keizer vervolgt zijn avontuur door Billând met de sterke aanwijzingen voor twee stinsen in Westhoek via een zoektocht naar Monnikeland, gestolen door keizer Karel de vijfde, opvolger van hertog van Saksen.

Ik baseer mijn onderzoek mede op de kaartreconstructies van Peter Vos en de Rijksuniversiteit Groningen. Op het plaatje linksonder haal ik de situatie weer terug van 1400 na Chr. De kustlijn langs de Monnikendijk, nu Oude-Bildtdijk is dan dicht sinds ca. 1200 na Chr. (De dunne lijn erboven is de kustlijn van 2018, langs de Delta-dijk.)

De zee is in 1287 sterk binnengedrongen. Vorige maand heb ik het deltaplan voor de opbouw van Berltsum en omgeving hierna door de monniken besproken. In dit artikel ga ik in op de herstel – en verdedigingswerken van hen in het Noorwesten van Billând.

Mijn ontdekkingstocht gaat door aan de hand van ’n bekende passage uit de geschiedenis van Billând, waarmee de 450 morgen land wordt aangegeven. Dit was onderdeel van de in totaal 550 morgen monnikeland, geclaimd door de abdij Mariëngaarde tijdens de landdag van juli 1506 in de Grote Kerk Leeuwarden.

Midden- en rechtsonder heb ik deze passage samen met de situatie rond 1300 n Chr. beschreven/in kaart gebracht. Over de 550 mg geclaimd land kregen de monniken pas in 1516 van keizer Karel V te horen, dat ze maar 116 mg (het Oud-Monnikebildt ) kregen.

De 450 mg Monnikeland is een smalle, lange strook land, gevormd door de wat meer zavelige slibdeeltjes, die achter de eerste lagere zomerdijk, de Monickendijck (later Oudebildtdijk) bezonken. (Bronnen: oa. Wumkes- E.J. Diest Lorgion 1843 Friesche Volks-Almanak 1842,blz 93)

Tijdsbeeld 1300-1400

1. 1300 na Chr. Kanaal door de Sitkens Rydt gegraven voor schipvaart, en ontwatering fan ‘t Bildt in 1300, bron: Eekhoff, abtenkronieken, blz XXV.

2. Hierna zet de verlanding /het dichtslibben van de delta van de Sitkens Rijdt verder in (door ontwatering en tegelijkertijd aanvoer losgeslagen grond vanuit de Zuiderzee).

3. Oprichten door de monniken van twee stinsen, strategisch aan weerskanten van de monding van de Sitkens Rydt.

Aanwijzingen twee stinsen Westhoek

Vooral de volgende aanwijzingen hebben mij overtuigd van de eerdere aanwezigheid van deze twee westhoekstinsen:

1. Het noemen van de “Hooge wieren” bij het aangeven van de locatie en vorm 450 monnikeland, zie hierboven;

2. Vondst van de schets van een gebouw met nog het uiterlijk van (sporen van) een stins, te zien op de kaart van Jacob van Deventer 1545 en de statenkaart 1737;

3. Het 2e Toponiem Sappesloot.

De volgende maand zal ik hier verder op ingaan.

sytze.keizer@gmail.com


Auteur