Dit Bloem (CU): ‘Omzien naar elkaar vind ik heel belangrijk’

FRANEKER

Nabij besturen is een speerpunt van Waadhoeke. De gemeenteraad heeft daarom kernteams in het leven geroepen waarbij inwoners inspraak hebben en kennis kunnen delen. In de rubriek Nabij besturen in de praktijk stellen de raadsleden zich voor. Deze week: Dit Bloem-Hofman van de ChristenUnie.

1. Vertel eerst eens kort iets persoonlijks over jezelf.

Ik ben geboren in Rotterdam op 11 maart 1951 en getrouwd met Gosse Bloem. We hebben samen drie kinderen, drie schoonkinderen en drie kleinkinderen. In mijn vrije tijd mag ik graag: wandelen, schilderen, pianospelen, lezen en musea bezoeken. In juli 1986 zijn we verhuisd naar Sexbierum, waar we Liauckama State gekocht hebben. Daar hebben we dertig jaar lang een horecabedrijf hebben gehad. Sinds twee jaar wonen we met veel plezier in Firdgum.

2. Wat wil je graag realiseren voor Waadhoeke?

Als kleinste partij draag ik graag mijn steentje bijdragen aan de doelen zoals ze verwoord in het coalitieakkoord. Welzijn en jeugdzorg, statushouders, participatie en cultuur hebben mijn aandacht en interesse en ook wat betreft de landbouw zal ik het ChristenUniegeluid laten horen. Het goed bebouwen en bewaren van onze aarde en het bewust omgaan met dieren staat hierbij voor mij hoog in het vaandel. Wat het mooiste zou zijn om te realiseren, is dat Waadhoeke een hele mooie gemeente wordt waar mensen omzien naar elkaar, elkaar de ruimte geven en elkaar bemoedigen. Waadhoeke is een grote gemeente met veel buitengebied. Dat heeft gevolgen voor de bereikbaarheid en de leefbaarheid. Vooral in de kleine kernen. Dus we moeten oplossingsgericht en creatief denken. Ook daar zet ik mij graag voor in.

3. De raad wil de inwoners meer als gesprekspartner zien en via de kernteams bij zaken betrekken of zelfs consulteren. Wat vind je van die ontwikkeling?

Het is een hele goede ontwikkeling dat we via kernteams inwoners meer kunnen betrekken bij zaken die onze inwoners aangaan. Dit betekent dat ik samen met mijn steunfractie dicht bij de inwoners probeer te staan, zodat ze bij ons terecht kunnen met vragen en eventuele ideeën die ze hebben. En we moeten goed luisteren naar hen. Ook moeten we oog hebben voor inwoners die problemen of vragen hebben en niet de juiste weg weten te vinden. De uitdagingen op het terrein van het sociale domein moeten opgepakt worden in samenwerking met de samenleving.

4. Welke onderwerpen liggen je na aan het hart en kunnen inwoners je op aanspreken?

Dat zijn veel onderwerpen. Als eerste ga ik dan toch voor het belang van de inwoners van Waadhoeke op allerlei gebieden. Het bevorderen van de leefbaarheid in de dorpen en de biodiversiteit. Die zien we gelukkig door een nieuw maaibeleid weer op bloeien. Het omzien naar inwoners die, om wat voor reden ook, buiten de samenleving staan. Maar dat kan ik niet alleen, daar hebben we elkaar voor nodig. Daar kunnen de inwoners mij op aanspreken en daar kunnen we elkaar in helpen. Heel belangrijk is het ‘omtinken’, het omkijken naar elkaar.

5. Wat is het mooiste wat je ooit hebt gedaan? Privé of zakelijk.

Het mooiste wat ik ooit heb gedaan privé zijn meerdere dingen, zoals trouwen, kinderen krijgen en samen met Gosse opvoeden en zien dat het mooie mensen zijn geworden met oog voor hun naaste en de natuur en het opzetten van een hulpprogramma voor protestante en rooms-katholieke kinderen in Belfast. Dat project heb ik in de jaren 1979 tot 1986 opgezet met steun van een pater uit Woerden. Toen we in Friesland gingen wonen is het project overgenomen door de groep vrijwilligers. Het allermooiste wat ik ooit gedaan heb is kiezen voor mijn hemelse vader, waar ik met alles wat ik tegenkom naar toe mag gaan. Zakelijk heb ik samen met Gosse en de kinderen dertig jaar Liauckama State mogen runnen. Dat was een mooie en leerzame, maar ook een heel drukke periode.