‘De beroemde Franeker Frans Hemsterhuis was grillig’

Europa keek er van op: de beroemde man uit Franeker was grillig.

Frans Hemsterhuis, die heel goed wist dat hij in Duitsland geëerd werd, kon niet uitstaan dat hij dingen deed die hij zelf niet wilde doen. Hij nam zich voor: ‘Vanavond schrijf ik aan Wolfgang Goethe over de vrije wil van de mens.’

Hij ging zitten, inktpot en papier voor zich. En schreef heel iets anders: de wil om iets te willen. Dat bracht hem uiteindelijk tot een nieuwe theorie: ‘Wij mensen moeten de wil hebben om iets te willen. En dan nog doen wij het niet. Dat geeft een vervelend gevoel van ontevredenheid. Wij zijn kwaad op onszelf, ons zelfrespect gaat er aan. Wij denken: mijn broer doet dat beter, hij doet wat hij van plan is. Daarin hebben wij ongelijk. Ook uw broer kan zichzelf niet aan.’

Inmiddels zijn wij tweehonderd jaar verder. Wij weten dat de oude theorie uit Franeker klopt. Maar wij weten er nu veel meer over: dat wij rimpels krijgen als wij ontevreden zijn over onszelf. Wij worden er vroeg oud van.

Cognitieve dissonantie

Het verschijnsel heeft in de moderne sociologie veel aandacht gekregen. De naam Festinger is erg met dit begrip verbonden.

En er zijn remedies voor bedacht: bedenk een verklarinkje om uzelf vrij te pleiten. U neemt zich voor geen koekje te eten. Twee minuten later staat u op en piepend zwaait u de kastdeur open. Nu zit u met het probleem: tussen wat u wîlt en wat u doet is geen overeenstemming.

Wat nu? Spreek uzelf toe met uw voornaam en zeg dat het maar een klein stukje was, dat het geen kilo’ s toevoegt aan je gewicht. U vermindert de dissonantie.

En u verlengt uw levensduur.

(Tekst dr. Anton de Man)