Ordonnantie kerk Schermerhorn rondom ‘caetsen’

PEINS

Amateurkaatsonderzoeker Germ Gjaltema uit Peins stuurde een verhaal toe over de ordonnantie van de kerk in Schermerhorn uit 1659 rondom ‘caetsen’.

Gjaltema: ,,Dat er ook in de kerk werd gekaatst, was nieuw voor mij.”

Hieronder zijn tekst.

In de tweede helft van 1500 tijdens de katholieke periode werd in het Noord-Hollandse Bergen het ‘caetsen’ verboden zoals eigenlijk in geheel Nederland en het onderstaande kwam ik daar tegen: ‘Sal nyemant hem vervorderen te gaen wandelen ofte spanchieren mit den anderen clappen in den kercke of kerckhoven ofte omtrent die plaetse daermen die predicatie ofte exercitie der religie plegende es ander oick mede geen klootschieten, caetsen, die bal slaen. Op den boeten van x(x) schelingen’.

Tevens zal het heerlijk kaatsen zijn geweest in het vierendertig meter lange schip van die kerk, zo stond er bij vermeld. Het mocht ook niet en na het jaar 1574 kon het ook niet meer aldaar.

Er stond niet bij of het om kinderen of volwassenen ging. Verboden werden ook vaak vanaf de kansel voorgelezen door de pastoor en in latere tijd door de dominee. Meestal werd er ook een pamflet op de kerkdeur geplaats/gespijkerd of muur met dezelfde tekst.

Maar dat er ook ‘in’ de kerk werd gekaatst, was voor mij nieuw. Ook werden er ‘keuren’ (verbodsbepalingen ) uitgeschreven per stad of dorp in het gehele land.

Dus het kaatsen veroorzaakte behoorlijk wat overlast (minstens vijf eeuwen lang) vanaf circa 1300 tot 1800 voor menigeen. En het geloof in zijn totale breedte speelde ook een belangrijke rol door die eeuwen heen. Ze waren er eigenlijk alleen op tegen tijdens de Sabbat (zondag) die bedoeld was als rustdag, en moest men minimaal tweemaal daags naar de kerk.

Weinig effect

Veel hielp het niet allemaal. Daardoor moesten er geregeld nieuwe verboden worden uitgeschreven. In sommige plaatsen wel elk jaar. De plaatselijke bevolking liet het zich niet zo gemakkelijk afpakken en wilde ook ontspanning. Want de kerk en zijn buurt waren in die eeuwen de ontmoetingsplaatsen per uitstek en de herberg was ook niet veraf.

Dan vooral de kerkhoven, waar ook wel een markt werd gehouden, evenals: bruiloften, kaatsten kinderen er veel en was het een plek voor het weiden van vee en bleken van de was. Boeven vluchten ook wel naar het kerkhof en waren vrij zolang ze maar in de buurt van de kerkmuur bleven.

Maar dat het ook wel eens anders ging kwam tevoorschijn in het nabijgelegen dorp Schermerhorn, met circa twaalfhonderd inwoners en gelegen in de gemeente Alkmaar.

Wandbord

Daar hing zelf in de nabijheid van de preekstoel een wandbord uit 1659 in de Grote Kerk met wat wel en niet mocht tijdens de preek. Het was goed leesbaar voor de kerkgangers vanaf hun zitplaatsen.

De kerk was gebouwd in 1636. Op dat wandbord met artikel twee stond de volgende tekst in prachtige sierletters: ‘Het is verboden te troeven, met dobbelstenen te werpen, kaatsen, klauwen, tollen, pinken, gijben, knikkeren of diergelijke dartelheid te bedrijven in de kerk of buiten de kerk of het kerkhof en daaromtrent op boete van twintig stuivers’.

Ook werd vermeld: ‘Die boete van twintig stuivers kwamen elke keer ten profijte van de officier, die bij herhaling de overtreders al af zullen mogen nemen hun bovenkleed’.

Dat was niet zo best in die tijd, want dan liep je bijna in je blootje. Onderkleren waren er namelijk nog niet, zoals wij nu gewend zijn.

Schout en schepenen

Deze ordonnantie was opgesteld door de schout en schepenen van het dorp Schermerhorn, samen met de kerkmeesters die geregeld nieuwe voorschriften maakten tegen: onbeschaamdheid, moedwil en dartelheden.

Ook wandborden hingen met ongeveer dezelfde tekst in de doopkapel van de Westerkerk in Enkhuizen in 1594 als een stadskeur en in de Grote Kerk in Alkmaar in 1645.

(Tekst Germ Gjaltema, amateurkaatsonderzoeker)