Aanwijzingen vroegere ringwalburcht Sint Annaparochie deel 2

Ouwe-Syl

Deze maand gaat Sytse Keizer bij de ontstaansgeschiedenis van het Bildt in op meer aanwijzingen voor een vroegere ringwalburcht in Sint Annaparochie.

Toponiemen

Vorige maand februari heb ik beloofd alle relevante gevonden toponiemen te bespreken in dit vervolg van mijn onderzoek naar de ringwalburcht ten Zuidoosten van Sint Annaparochie. Hieronder een overzicht. Overzicht ringwalburcht met relevante toponiemen, met naam, locatie. De loop van de Ried en haar zijtak zijn ook ingetekend. Op de achtergrond: Luchtfoto 1959.

1. Belt

Deze vondst van de ringwalburcht kan eengoeie bijdrage leveren aan de herkomst van het woord Bildt, Bil. De belangrijkste citaten uit mijn bron DBNL, (Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren) Naamkunde jaargang 12: ‘Er kan een onzijdig woord belt = gordel, zone, bocht vol slib (in de Middelzee-delta.) hebben bestaan naast de belt die we het beste kennen uit het Engels en door de Deens Nederduitse waternaam. Omdat in zoveel oud Friese woorden de korte e werd vernauwd tot i, kan Het Bildt slaan op dit woord belt.’ Het is echter niet waarschijnlijk dat we in de naam van de gemeente Het Bildt het oud Friese belte (met ontronding uit bulte) of het (oost) Nederl. belt ‘lichte verhoging in het terrein’ mogen zien: Belte is een terpnaam en Het Bildt heeft een veel grotere oppervlakte dan een terp of een belt.' 'Op grond van het bovenstaande is het niet uitgesloten dat Het Bildt zijn naam dankt aan een belt, een gordel, zone of bocht vol slib in de Middelzee-delta. Maar het is bijzonder onwaarschijnlijk dat Het Bildt met zijn grote uitgestrektheid dezelfde benaming heeft als een der (oost)Nederlandse belten, lichte verhogingen in het terrein. Ook is het moeilijk aan te nemen dat Het Bildt op belte (als ontronde kustvorm van bulte) zou kunnen teruggaan, want Belte is de oude benaming voor een grote terp bij Kubaard.' Het Bildt was circa 800 na Christus nog niet zo uitgestrekt. Maar der kan dus wel een bult, ‘bocht vol slib’ hebben gelegen (Belt = oud-Noors voor bult. Dit woord kan dus via de Deense Noormannen hier zijn gekomen. (Als ‘gordel, zone, bocht, inham of gordel van slib in de Middelzeedelta’). Met mijn vondst van de Walburg komt deze optie ook zeker in beeld onder Scandinavische invloed.

2. Voorste en achterste balkje

Een belangrijke bron voor het toponiemen-onderzoek is die van Piet A. van Dijk, die dat met formulieren van de NAK ('Grondmonster- en gewassenkaart') en een kaart, met daarop perceel nummers per gebiedsnummers, heeft uitgevoerd. Jullie kunnen dat hieronder bekijken: Toponiemen het Bildt, bron: P.A. van Dijk (PD/NAK, ongeveer 1950) Detail twee percelen Voorste - (74) en Achterste balkje (75) in gebied 1148 Dit is geen toeval meer, deze veldnamen en dan precies op die plek. Het woord 'balkje' heeft volgens Wikipedia ook de betekenis van brug. De twee percelen kunnen verwijzen naar twee bruggen, die daarover de gracht lagen. Mijn laatste schatting voor de breedte van de gracht is zoeen150 m. Dit was toen niet met een (1) brug letterlijk te overbruggen. Hiervoor werd eenspeciale constructie gemaakt. Deze bestond út eenhouten dek in zigzagvorm met daaronder twee steunpunten naast elkaar. De twee delen van de constructie vallen precies in die twee percelen in gebied no.1148 met de nrs. 74 en 75! Door de zigzagvorm verspringen ze ten opzichte van elkaar, het ene deel ligt voor het andere, vandaar Voorste - en Achterste balkje. In 1737 waren percelen 74 en 75 één perceel (nr. 523, folio 51, oppervlakte 2,5 morgen, later opgedeeld in de percelen 362 en 363 (kadaster 1832) Verder wordt de aanwezigheid van de gracht daar ondersteund door eenboormonster, genomen vlakbij en ten westen van perceel 75. (Zie ook verderop in de tekst). Situatie ringwalburcht met als achtergrond de luchtfoto van 1959. Detail ringwalburcht. De eventuele uitloop naar de ellipsvorm is nog niet aangetoond Impressie twee 'balkjes' (twee bruggen) “Voorste - en Achterste balkje” ringwalburcht-zuid. Detail zigzagbrug met het “Voorste - en achterste balkje” (de twee brugdekken) ingetekend. Nu, anno 2018, eenbedrijf op de Wissel bron: BildtGIS/Google Earth.

3. Keeg, Keechy, Kaag

Het woordenboek van het Bildts, eerste druk, geeft voor Keechy: eenStuk land aan het Hoogpâd = reed of pad van het oosteinde van St.-Annaparochie naar het zuiden toe, landinwaarts. Bron: Geïntegreerde taalbank, INL 2007: ‘Een Hollandsch-Friesche vorm naast gelijkbet. Mnl. cooch (in verschillende plaatsnamen bewaard), mnd. kôch (koog), en fri. keech. Aanvankelijk de naam voor een stuk buitendijksch land; de meeste kagen (koogen) zijn evenwel later omkaad of bedijkt (tot polderland gemaakt) geworden, of binnen de groote dijken getrokken: vandaar Kaag (Koog) als naam voor verschillende polders. Kaag komt ook voor met de betekenis van: (lage) dijk of kade. Dit kan as volgt worden uitgelegd: het stuk land wat eerst buiten de ringwalburcht ligt, buitendijks, hier eerst ‘in de gracht’ dus. Het voldoet ook aan de beschrijving ‘lage dijk of kade’, dat kan ook betrekking hebben op de wal.

4. Toponiem Prúlhoek

Nog niet verklaard

5. Ouwe Kerkhôf

Nog niet verklaard.

6. Toponiem Wâlburg

Dit is de naam van de voormalige boerderij/herberg, vlakbij de walburcht gelegen. Ook liggen er drie stukken land met de naam “Walburg” in de wal en in de directe omgeving hiervan. Die hebben daar ook altijd gelegen. Walburg nu, vroeger eenboerderij en herberg. Te zien is de (afgevlakte) oplopende aarden wal vanuit het westen bij de bebouwing langs. Ten westen van de Langhuisterweg in de gele cirkel rechtsonder stond vroeger, circa 1820, de boerderij en herberg met de naam Walburg. Daarom heb ik eensterk vermoeden, dat deze drie stukken land de naamgever zijn van de Walburg, de plaats en herberg, en dus genoemd naar de ringwalburcht! Deze naam is eeuw na eeuw doorgegeven en zo genoemd gebleven van generatie naar generatie, die daar leefden. De naam heeft als eenstille getuige ook het bestaan van deze oude vesting doorgegeven! Detail kaart NAK met gebiedsnummer 1148 (links) met in dit gebied de percelen met het toponiem “Walburg”: 36, 37 en 40 en de Boerderij/herberg met dezelfde naam (middenonder) allemaal in of direct bij de ring van de ringwalburcht. Ook gezien de andere, zeer sterke aanwijzingen, is het geen toeval dat wij hier de toponiem Walburg tegen komen! Historicus Sannes worstelde ook lang met de vraag hoe de naam Walburg is ontstaan. 'Niet zeker of de Zathe tevoren reeds Walburg heette en Meindert Tjebbes zich daarnaar zijn familienaam Walburg aannam.' Ik heb in elk geval kunnen vaststellen, dat Meindert Tjebbes hem met de achternaam Walburg op 18 augustus 1808 liet inschrijven bij de door de Fransen ingestelde achternaam. Sannes waar toen nog niet bekend met de andere, heel sterke aanwijzingen van de walburcht ring. Deze naam was waarschijnlijk al lang bij overlevering bekend, vanuit het verre verleden, toen de Noormannen zich op en om en nabij de Middelzee ophielden. De toponiem Valburg verwijst daar ook nog naar.

7. Toponiem Langhústerweg

De Langhústerweg wordt in de volksmond Langeweg genoemd. Deze rijweg loopt van Beetgum, via de kruising met de Middelweg (Prúlhoek), door tot aan de Oude Bildtdijk. Er is al meer onderzoek gedaan naar de oorsprong van dit toponiem. In de eerste uitgave van het “Woordeboek fan het Bildts” staat in de lijst Toponiemen, dat 'de diakeny van St.-Anne “op het hoekperseel tun de Ouwe-Dyk an om 1700 hine eengroat, lang huus bouwe laten het dat het Langhuus noemd worde.' Is de naam Langhústerweg afgeleid van het woord Langhus van de Noormannen ? Over het Langhus van de Noormannen is vrij veel bekend omdat er op veel plekken restanten van zijn gevonden. het Langhus werd met hout, steen en turf opgebouwd. De bewoners sliepen in eengrote ruimte en het Langhus had ook ruimtes voor opslag. Het eten werd bereid boven eenhaardvuur. Ze aten onder andere zoute haring, gortenpap en gekookte schapekop. Op een aantal plekken zijn op basis van vondsten, reconstructies gemaakt. Meestal was het huis 20-30 meter lang en 8-9 meter breed. het Bekendste huis was 83 meter lang en 9 meter breed. In 2001 zijn in het centrum van Reykjavík, IJsland, bij werkzaamheden ook de resten van een Langhus gevonden. Het was van ongeveer 870 na Christus. Het is het oudste overblijfsel van menselijke bewoning op IJsland. Reconstructie van eenLanghus uit de Noormannen-tijd. (in Fyrkat-Denemarken). Dergelijke Langhusen kunnen vroeger (800-1200) binnen en buiten de ringwalburcht op het Billând hebben gestaan. En dat kan dan de latere naam Langhústerweg verklaren. Langhus, Langhuis is de algemene benaming voor eenkarakteristieke, primitieve basisvorm van eenhuis/stal en is ontwikkeld op verschillende continenten en in verschillende perioden, tot ongeveer het jaar 1000. (Paul Borghaerts). Toch past deze typische Noorman-benaming wel in het geheel van vondsten, aanwijzingen en bij andere toponiemen die ik op dit 'hoeky' Billând tot nu ben tegen gekomen. Overzicht van eenringwalburcht met Langhusen in Trelleborg-Denemarken. In Denemarken zijn ringwalburchten gevonden met 16-48 Langhusen, die in eenformatie stonden per blok van vier. Zo vormden ze ook nog binnen de wal eensoort verdedigingslinie. Ringwalburcht ongeveer 800-1200 n Kr. Simulatie SK met Langhusen en toponiem Langhuisterweg.

8. Toponiem Valbrug

Rechtsonder de plaats met het toponiem “Valburg” (Burcht met Valbrug), wat de plek van een versterking daar, herinnert aan de ringwalburcht. De aanwezigheid vroeger van een vesting met een valbrug daar is nog niet aangetoond (samen met een eventuele uitloop van de ringvormige vorm van de ringwalburcht naar een ellipsvormige).

9. Toponiem Hoogpâd

Toponiem Hoogpâd geeft de hogere ligging aan, daar in de buurt van de wal En verder (onder andere) nog,… De dobbe tegenover de vroegere plaats/herberg 'Walburg' (BDS). De dobbe is ontstaan, heeft zijn bron uit de oude bedding van de Ried. Meer intensief onderzoek met boormonsters, dwarsprofielen en hoogtekaarten:

Boormonsters

Met het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) heb ik in radiale richting verscheidene dwarsprofielen 'genomen' Deze zijn aangegeven met de cijfers 1-7. De boormonsters heb ik met open rondjes aangegeven met de code, die begint met de 'B' van Boormonster. Helaas is de locatie voor deze boormonsters destijds niet gekozen op grond van de mogelijke ligging van de ringwalburcht. In het overzicht zijn alleen de relevante opgenomen. Hieronder het resultaat van de tot nu enige twee meest bruikbare boormonsters B05F0470 en B05H0772:

Dwarsprofielen

Bij de gevonden dwarsprofielen genomen over de combinatie wal/gracht (gevormd over de periode van 800 n Chr. tot nu 2018) zijn vier verschillende verschijningsvormen te onderscheiden van: A. Redelijk intact. B. Wal wat uitgezakt en voor eendeel in de gracht geschoven (kleine asverschuiving wal) C. Wal wat verder uitgezakt en voor groter deel in gracht geschoven. (asverschuiving nog groter) D. Bijna plat Van de negen profielen, gelijkmatig verdeeld genomen, voldoet er niet meer een aan verschijningsvorm A, zes voldoen aan die van B, twee aan die van C en een voldoet aan die van D. Hiermee wordt het eerder bestaan van de ringwalburcht nog meer met deze dwarsprofielen aangetoond. Verder zijn er dus een groot aantal andere aanwijzingen hiervoor gevonden. De 4 verschijningsvormen A, B, C en D. De zwarte pijl geeft aan hoe groot de asverschuiving is. Hieronder 1 van de resultaten van dit deelonderzoek: Locatie: Ten zuiden van de volkstuintjes Nassaustraat Verschijningsvorm B groen: 800 n Chr. bruin: nu 2018. In het kader van deze serie publicaties in de Franeker Courant laat ik het hierbij en verwijs ik verder naar mijn publicaties op mijn website. Er moet dus eerst eenringwalburcht hebben gelegen ca. het jaar 800 n Chr. voor uitvalbasis voor Noormannen, bewoning (adel?) en als toevluchtsoord voor de bewoners van de belangrijke en grote handelsnederzetting Utgong, het latere Berlikum. Na dit avontuur van Noormannen, Franken, Friezen Billanders in de 9e en 10e eeuw, zal ik de volgende maand over de aanleg van de zomerdijken en het verder opbillen (vanaf ca 800 na Christus) van het Billând vertellen. (Tekst Sytse Keizer, Ouwe-Syl)

Auteur

Jitze Hooghiemstra