Kaatsherinneringen van Ome Koos uit Waterland gelegen in de nabijheid van Spijkenisse

Franeker

Dat het kaatsspel in geheel Nederland werd gespeeld mag inmiddels een ieder wel bekend zal zijn. Ook in Zuid-Holland was het jaren lang een geliefd spel en in sommige gebieden heeft het wel geduurd vanaf de middeleeuwen tot mids 1900. Er werd gespeeld op straten en pleinen, circa 1950 had men de pleinen nodig voor parkeerplaatsen en op straten werd het te gevaarlijk vanwege het autoverkeer wat steeds meer toe nam, en verdween het kaatsspel daar. Onderstaand relaas stond in de Schoonhovensche Courant van 15 juli 1921. Prachtig mooi beschreven door een oud kaatsliefhebber die circa 50 jaar terug ging in de tijd met de titel: Brieven van een buitenman – XIX – wie kaatst moet ballen wachten – Cats. Heb dit relaas enigszins ingekort, maar lijkt me wel interessant voor ons als liefhebbers van de historie van de kaatssport. Dit levert veel nieuwe benamingen op voor mij/ons.

Het kaatsspel is alreeds bekend uit de middeleeuwen. Maar toch is het duidelijk waar te nemen dat het kaatsen in de toekomst van lieverlede in onbruik zal geraken schreef Ome Koos uit het Zuid-Hollandse Waterland. En zal het niet ver meer zijn dat de laatste opslager en schudder in arren moede bij hun bal en zeef zullen neerzitten, door gebrek aan deelnemers. Ook misschien de reden vroeg Koos zich af dat het spel in onbruik geraakt is, het opkomende voetbal eind 1800, zou daar ook een rol in spelen. Wat een vooruitziende blik had Koos. In mijn jongenstijd van een halve eeuw terug (dus circa 1870 – Germ) was er ook in Waterland en omliggende dorpen en gehuchten veel liefhebberij van de al oude en edel kaatsspel en werd volop gespeeld. Hier vermaakten zich gedurende de zomermaanden des Zondags de liefhebbers van het spel, en bij wedstrijden die gehouden werden, die mee streden naar den prijs, den zilveren bal. Ze grepen in hun vrije tijd naar den bal, wat hen sterk maakte, het tamelijk harde en kleine ding opslaan of te schudden (schutten) over een afstand die het tegenwoordige geslacht tot verbazing zou voeren. Maar zij hadden ook stevige armen en vereelte knuisten, die ridders van het edele balspel, van voor vijftig en meer jaaren. Hier in Waterland, was er nog veel liefhebberij voor het kaatsspel en reken er op, dat die oude kaatsers er konden wezen en kwam in het voorjaar de zeef en bal weer te voorschijn en kon men Zondagsmiddags of avonds de veteranen aangevuld met jongeren de kaatsbaan zien binnentreden. Dan werd, na beraadslagen in de dorpsherberg een partij gevormd, en als een teeken van uitdaging een nieuwe maagdelijke witte bal in de kaatsbaan geworpen, die door eene andere partij werd opgenomen als bewijs, dat men de uitdaging aannam. Vervolgens werden de ramen der huizen rondom de kaatsbaan van hekwerk voorzien, men begrijpt wel waarom ( kapot glas – Germ), en het spel begon. Als dan na melkavond de Waterlandsche boeren naar het Dorpsplein waren gekomen en een grooter publiek op de vlakte verscheen, dan verzeker ik u dat er wat gebeurde op het plein. Mijmering. Als ik nu alleen op mijn kamer zit en terugdenk aan “die oude tijd “, zie ik nog levendig voor mij, die kopstukken uit de kaatsbaan van voor vijftig en meer jaren. Nog hoor ik de opgewekte toon, waarop de stand van het spel na elke handeling werd aangegeven. Nog hoor ik de termen – Te kort! – Dood! – Halvergat! – Schrijven! en het gejuich van den winnende partij, die door een bravourstukje weer een streep gekregen, een spel gewonnen had. Ik kan in een paar trekjes de gang van het spel duidelijk maken en was een volstrekt ongevaarlijk spel. Er was in eerste plaats een opslager, die den bal nadat hij deze op de zeef had laten vallen, bij de weerom stuit een klap gaf in de richting van de tegenpartij, die echter het kleine ding bij den kromme boog die het beschreef, nauwkeurig in het oog hield en gereedstond den bal te vangen en met kracht terug te slaan met de hand en desnoods met de voet en hem over de hoofden van de van de tegenpartij heen buiten de baan te brengen. Dit telde dan voor twee; gelukte het niet en bleef de bal halverwege de baan liggen, dan werd die plaats aangeduid daar een steen of een streep, die “kaats “ heet. Herhaalde zich dat nog eens, waardoor er twee “ kaatsen “ kwamen, dan werd van standplaats verwisseld en de partij, die opsloeg, nam de plaats van de schudders in. Vloog een bal links of rechts over de grens ( onze kwaadlijn) van de kaatsbaan dan heette deze “ Dood “en dat gaf aan de tegenpartij een voordeel van twee punten. Zoo waren er veel en velerlei dingen en regelen, die in acht genomen moesten worden en die door een als “ Schrijver “ aangesteld persoon nauwkeurig werd gecontroleerd. Er waren verschillende soorten spelers zoals “ ridderlijken “ en anderen. Sommige waren beroemd wegens hun opslaan, anderen door hun “schudden “(uitslaan Germ). Er waren zoals ik al zeide, ridderlijken, die altijd hun ballen eene flinke hoogte gaven en er waren er ook, die meesters waren in het slaan van steekballen, juist even boven de hoofden der tegenpartij te slaan zoals in de maatschappij, maar de grondtoon was toch steeds: “ Die kaatst moet ballen wachten “. Ome Koos. Deze spelregels werden dus rondom 1870 gebruikt voor de Zuid - Hollandse variant met vele verschillen van ons huidig kaatsspel. Bij schrijven bedoelde hij dat men nog geen telegraaf gebruikte voor de stand en schreven het op een lei of markeerbord met krijt zodat de toeschouwers wisten van de stand. Men speelde nog via de zeef bij het opslagritueel waarvan ik een foto plaats. Hadden wij destijds een kaatsklauw als uitdagersklauw met bal aan de herbergmuur gehangen, wierpen zij een witte bal in het speelveld. Pracht verschil. Men mocht de bal nog vangen en verder slaan/gooien en schoppen met de voet was ook toegestaan. Prijzen bestonden veelal uit gelag van de organisator de herbergier, maar hier werd ook wel gestreden om een zilveren bal zo men kan lezen. Zo werd er in geheel Nederland diverse varianten gespeeld. Ook dat ome Koos zich terecht bezorgd maakte over het verdwijnen van de kaatssport in zijn regio was helaas maar al te waar in die tijd. Deel die bezorgdheid van hem nu vandaag de dag want het wordt ook hier bedreigt met uitsterven. We zitten thans hier ook in een vrije val en mag hopen dat het niet bewaarheid wordt. Vergelijk: ook hier wordt het kaatsspel circa 5 eeuwen gespeeld. Of ben ik te pessimistisch? Dat laten wij als Friezen vast niet toe, nee toch. Germ Gjaltema amateur kaatsonderzoeker.

Auteur

Cindy Houwen