De letterlap van Klaaske

Franeker

Deze letterlap is gemaakt door de 11-jarige Klaaske de Jong uit Dongjum. Zij was de jongste dochter, geboren in 1904, van Aukje Dijkstra uit Jacobiparochie en Jan de Jong uit Dongjum.

De familie woonde in de voormalige melkfabriek in Dongjum. Er werden woningen in gemaakt toen de fabriek in 1901 failliet ging. Eerst huurde de familie alleen het achterhuis. Na een tijdje verzon moeder Aukje dat ze het voorhuis maar moesten kopen. Dat was een bijzonderheid voor zo’n eenvoudig gezin, want het voorhuis was de voormalige directeurswoning van de melkfabriek. Aukje had ambitie en wilde haar gezin vooruit helpen in de wereld. Behalve Klaaske waren er nog meer dochters: Wybkje (jong gestorven aan astma), daarna nog een Wybkje en Dieuwke. De enige zoon, Jaap, was bakker. Klaaske was een zwak meisje met een meervoudige hartafwijking. Ze had geen uithoudingsvermogen. Ze was gedoemd maar wat thuis te blijven en klusjes in huis te doen, maar net als Aukje was ze daar niet de persoon naar. Ze wilde een opleiding volgen om zelf geld te verdienen. Met de trein ging ze daarom eenmaal per week naar Leeuwarden om daar in de Grote Kerkstraat een handwerkcursus te volgen. De conducteurs wisten van haar ziekte en hielpen haar altijd met in- en uitstappen. Toen ze haar diploma had gekregen (ook in de collectie van Museum Martena), nam ze verstelwerk aan om geld te verdienen. En ze zette een soort opleidinkje op in Dongjum om aan jonge huismoeders handwerktechnieken en huishoudelijke werkzaamheden aan te leren. Een keer in de week werd dan de woonkamer leeggemaakt en kon het onderwijs beginnen. Ook begon ze een winkel in het voorhuis in textiele benodigdheden. Zo verdiende zij haar geld en droeg ze bij aan het inkomen van gezin. Ze bleef haar hele leven thuis wonen, evenals haar zuster Dieuwke. Die deed het huishouden. Klaaske overleed in 1988. Ze was toen 84 jaar, een respectabele leeftijd voor een teer meisje met een hartafwijking.

Auteur

admin