De Martenatuin

Franeker

In 1694 kocht burgemeester Suffridus Westerhuis het Martenahuis en de tuin voor 5250 gulden. Hij drukte meteen een duidelijk stempel op de inrichting van de tuin.

De negentiende eeuwse geschiedschrijver Cannegieter beschreef de tuin als volgt: ,,Het uitgestrekte hof van het Martenahuis werd kunstig herschapen in eenen tuin van vermaak, met parterres en spiegelhagen, in den trant van den beroemden Franschen tuinaanlegger André Lenôtre.” Le Nôtre was de hoofdtuinier van Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning. Lodewijk wilde buiten de priemende ogen van zijn wettige echtgenote zijn minnaressen kunnen ontmoeten en had daarvoor het jachtverblijf van zijn vader in Versailles uitgekozen. Later bepaalde hij dat hier een fantastisch slot gebouwd moest worden met een tuin die de macht en rijkdom van de Zonnekoning weerspiegelde. Le Nôtre werd voor deze megaklus de bedenker en hoofduitvoerder. Op Netflix is op dit moment de speelfilm The King’s Garden te zien, die een zeer geromantiseerd beeld geeft van het ontstaan van de tuinen van Versailles. In deze film krijgt een vrouwelijke (!) tuinmeester de opdracht om de rotstuin voor Versailles te ontwerpen. En natuurlijk ontstaat er iets moois tussen Le Nôtre en deze (fictieve) madame De Barra. De film gaat niet in op de aanleg van de tuinen, hoewel daarin een geweldig drama zit. Aan het zware werk in de tuin bezweken tientallen arbeiders door uitputting en ziekten. Verder kwamen mensen gruwelijk om het leven bij het onderhoud en de bediening van de gigantische waterraderwerken in de Seine, die nodig waren om de 2400 fonteinen van water te voorzien. Toen Suffridus Westerhuis de Martenatuin rond 1700 liet aanleggen was Le Nôtre al overleden. Maar de roem van de tuinen van Versailles had blijkbaar ook het hoge noorden bereikt. De tuin van het Martenahuis moest in de trant van Le Nôtre aangelegd worden. Dat betekende dat het een strikt symmetrisch ontwerp moet zijn geweest met veel buxushaagjes en misschien zelfs een vijver en fontein. Hier is helemaal niets van overgebleven, behalve de beschrijving van Cannegieter, die we dus maar op zijn woord moeten geloven. Aan het eind van de negentiende eeuw werd de complete tuin door Roodbaard op de schop genomen en veranderd in een lusthofje met slingerende paden en speelse perken. Eigenlijk zoals het er nu nog steeds uitziet.

Auteur

admin