De appelprofessor

Franeker

Een van de mooiste professorenportretten in Museum Martena is van Sibrandus Lubbertus. Hij kijkt je vriendelijk aan en heeft van die gezellige appelwangetjes.

In 1555 wordt hij geboren in Langwarden, Ost-Friesland. Hij doet een uitgebreide academische rondreis, via Wittenberg, Genève en Marburg, en helemaal doorkneed in de Calvinistische theologie wordt hij eerst ziekentrooster, dan predikant en in 1585 professor in Franeker.

Hij is daarmee een van de allereerste professoren bij de oprichting van de Franeker universiteit. Maar liefst vijf theologie-professoren zijn er, want de hele Franeker universiteit draait om de theologie.

Lubbertus leidt een eenvoudig leven: hij heeft een boerderij in Minnertsga en loopt in zijn vrije tijd niet in een statige mantel maar in een eenvoudig jasje. Hij verkoopt zelf zijn appeloogst.

Hij heeft overigens ook altijd wel een appeltje met iemand te schillen: hij staat bekend als een ruziezoeker. Niet alleen met bekende andere theologen als Arminius en Vorstius ligt hij overhoop, maar hij probeert ook zijn eigen Franeker collega’s Drusius en Maccovius pootje te lichten.

Drusius, omdat hij hem verdenkt van onrechtzinnigheid en slechte zeden. Die ruzie blijft onbeslist omdat Drusius voortijdig dood neervalt. De ‘zaak Maccovius’ pakt Lubbertus nog grondiger aan.

Waarschijnlijk is hij jaloers op de populariteit van de Poolse professor onder de studenten. Bovendien is hij ervan overtuigd dat Maccovius een liederlijk leven leidt en een ketter is.

Maar liefst vijftig klachten produceert hij, die op de Dordtse Synode besproken worden. Deze zaak staat bekend als de ‘causa Frisica’, de Friese zaak op de Synode van Dordt.

Zelf is Lubbertus natuurlijk kaarsrecht in de calvinistische leer. Hij leeft sober of beter gezegd, gierig en staat ’s morgens om drie uur op om te gaan studeren.

Bij zijn studenten doet hij huiszoekingen als hij ze verdenkt van het lezen van de boeken van Vorstius en Arminius.

Een conflict meer of minder deert hem niet: voor ontslag is hij niet bang. Hij is een grote naam aan de universiteit die veel studenten trekt.

En trouwens, hij kan ook wel zonder die baan. Zijn landgoed en het bezit van zijn vrouw zijn… juist, een appeltje voor de dorst.


Auteur

Redacteur