Torentje bussekruit

Franeker

Tijdens de Agrarische Dagen kunt u meedoen aan de Toertocht en dan komt u zaterdag ook in de Martenatoren.

De toren van het Martenahuis is vooralsnog niet openbaar. Je moet een spannend trapje op en dat is niet voor iedereen geschikt. Desalniettemin zijn we van plan de toren in de toekomst begaanbaar te maken als onderdeel van het museumbezoek. Enkele aanpassingen zijn dan wel noodzakelijk. Toen Hessel van Martena de toren en het huis rond 1500 liet bouwen, had hij natuurlijk niet gerekend op hordes bezoekers, waaronder kinderen en ouderen. In zijn tijd holden alleen soldaten de torentrap op en af, ruige spierbundels met uithoudingsvermogen die niet schrokken van een steil trapje. We gaan er altijd vanuit dat de toren van het Martenahuis voor Hessel het belangrijkste onderdeel van het huis was, omdat dat het best verdedigbare plek was. De toren heeft dikke muren en slechts een enkele ingang. De toren had ongetwijfeld ook een signaleringsfunctie: je kon uitkijken over de stad en de omgeving en legertjes van kwaadwillende hoofdelingen van verre zien aankomen. Toch is het een beetje vreemd dat Hessel van Martena nog zo’n sterke stins met toren liet bouwen. In de voorgaande eeuwen werd met pijl en boog geschoten en was een toren een veilige plek. Maar door het grootschalige gebruik van buskruit waren na de vijftiende eeuw torens niet langer veilig. Ze werden gewoon kapotgeschoten met haakbussen (op de schouder gedragen kanonnetjes). Na 1500 zijn dan ook niet veel stinzen gebouwd in Friesland. Ze hadden geen verdedigingsfunctie meer. Dat Hessel dit toch gedaan heeft en nota bene in de stad waar ook al een bolwerk was, heeft dus niet alleen met veiligheid te maken. Hessel wilde laten zien dat hij een serieuze hoofdeling was, met bijpassende status. Daar hoorde een stins bij en bij die stins hoorde een toren. Zijn vrouw Both van Hottinga kwam uit een rijke en machtige familie: Hessel had dus iets te bewijzen. Hessels toren zat evenwel altijd vol soldaten, omdat hij bang was: hij was tenslotte belastinginner en zeer gehaat in Friesland. Hij zal het gevoel gehad hebben dat hij de soldaten en de toren nodig had, om zich te beschermen tegen de woede van de Friezen die hun centjes liever wilden houden.

Auteur

admin