COLUMN | De langste baard van Europa

Franeker

In een tijd waarin de baard weer helemaal terug is in het straatbeeld, kijken we niet op van een beetje begroeiing op een mannenkin. Maar dit is andere koek.

Van Johannes Bogerman werd gezegd dat hij de langste baard van Europa had. Hij was in elk geval een bekende baarddrager. In dit reformatiejaar is het logisch aandacht te besteden aan Bogerman, als waarschijnlijk de bekendste naam van de Nederlandse reformatie. Johannes Bogerman (Uplewert omstreeks 1576 - Franeker 11 september 1637) was de zoon van een katholieke pastoor, die in 1566 protestant werd. Zo kreeg hij die theologie met de paplepel ingegoten. Hij studeerde aan de Franeker universiteit en werd een populair predikant in Sneek en Leeuwarden. Het was een tijd waarin een slepend theologisch conflict tussen remonstranten en contraremonstranten de theologische debatten bepaalde. Velen vonden dat die ruzie nu maar eens moest worden opgelost, ook al omdat het conflict politiek gemaakt werd. Prins Maurits bemoeide zich er hevig mee. Bogerman werd voorzitter van een nationale kerkvergadering. Hij moest tijdens deze Dordtse Synode proberen alle partijen hun zegje te laten doen en tot een uitspraak zien te komen. Dat lukte, de partij van prins Maurits kreeg zijn zin en dat betekende dat de strenge godsdienstige opvattingen van de contrareformanten tot de norm van het Nederlands protestantisme werd gemaakt. De Dordtse Synode deed ook iets heel praktisch: ze gaven opdracht tot een officiële vertaling van de Bijbel in het Nederlands, bekend als de Statenvertaling. Bogerman schreef zelf het grootste deel van die vertaling. Ondertussen had de Franeker universiteit al lang zijn oog laten vallen op Bogerman. Die beroemde geleerde moest hoogleraar godgeleerdheid worden in Franeker. Dezelfde beroemdheid zorgde er alleen ook voor dat Bogerman een druk bezet man was. Zo druk, dat Bogerman pas na negentien jaar hengelen werd benoemd, in 1633. Toen liet hij nog drie jaar op zich wachten vanwege grote drukte. In 1636 begon hij met zijn werk als hoogleraar in Franeker, maar al in 1637 overleed hij. Slechts negen maanden had hij colleges gegeven. De senaat vond dat echter voldoende om een mooi portret van hem te laten schilderen voor de senaatskamer, waarop de baard niet ontbreekt.

Auteur

admin