Henk Prins: 'Plastic weggooien is vaak nonchalance'

Willemshaven Harlingen

Henk Prins uit Harlingen is een bekende verschijning langs de dijken tussen Kornwerderzand en Koehoal.

Voor zijn opruimen heeft Prins deze week als tweede de Opsteker van het Centraal Comité 1945 van Harlingen gekregen. De Opsteker is voor personen die een bijzondere bijdrage leveren aan de Harlinger gemeenschap. De eerste Opsteker werd eerder dit jaar uitgereikt aan de mensen van het ontmoetingscentrum Nieuw Zuid, in de persoon van Sjoeke Lamsma. De bevlogen Harlinger trekt er iedere dag wel een paar uur op uit om langs de zeedijken en in de havens plastic te verwijderen. Iedere dag komt Prins weer thuis: pluis van visnetten, plastic tassen en zakken, werkhandschoenen maar ook veel groter materiaal zoals viskisten. Prins, die gepensioneerd is, is er ieder dag een aantal uren mee bezig. Met zijn feloranje eend als er grote kisten opgehaald moeten worden, maar meestal met zijn elektrische scooter of op de fiets. Beide zijn aangepast om hoeveelheden plastic zwerfvuil mee te nemen. ,,Ik ben er zo’n twaalf tot vijftien uur per week mee bezig, bijna een half fte’’, zegt Prins. ,,Ik ben een BOA, een Bijzonder Onbezoldigd Ambtenaar. Ik neem alleen het plastic mee. Blik zie ik ook veel liggen, maar dat laat ik liggen. Dat vergaat uiteindelijk wel. Plastic niet. Alles is plastic, het is totale waanzin. Ze zijn hier bezig met de riolering. De nieuwe rioolbuizen zijn van kunststof. Ze komen verpakt in plastic aan. Wat is het nu om die dingen te verpakken in plastic? Ik besef heel goed dat we niet ontkomen aan plastic, het is een prachtig materiaal als het goed gebruikt wordt. Het zou in een gesloten kring gebruikt moeten worden, volledige recycling zonder dat er nieuw plastic bij komt. Dat zou ideaal zijn.”

'Bewust maken van gedrag'

Prins ruimt niet alleen op, hij is ook bezig mensen bewust te maken van hun gedrag. ,,Het is vaak niet opzettelijk dat plastic in de natuur belandt. Het is vaak nonchalance. In ongeveer een jaar tijd heb ik duizend werkhandschoenen uit zee gevist. Die dingen kosten zes euro per paar. En zo’n honderd viskisten, die per stuk ruim elf euro kosten.’’ ,,Ik begrijp dat als er een bak of handschoenen overboord gaat, dat vissers er niet achteraan kunnen gaan. Maar ze kunnen wel zorgen dat er minder in de zee belandt. Vrijdags komen ze de haven binnen, dan willen ze graag snel naar huis. Dan worden er zakken met afval op de kade achtergelaten, staan er opengesneden jerrycans met afgewerkte olie, viskratten geregeld met vis er nog in.” Prins: ,,Ik ga de discussie aan, vooral op Twitter. Daar heb ik met veel vissers contact. Uiteraard krijg ik kritiek. Als je je nek uitsteekt, kun je kritiek verwachten. Toch merk ik wel dat er wel naar me geluisterd wordt. Ik zeg wel eens tegen ze: ‘Als het zo doorgaat, zijn jullie over een paar jaar alleen nog maar op plastic aan het vissen’.”

Containers

Met de gemeente Harlingen heeft Prins inmiddels goed contact. Ze hebben voor hem een paar containers op de gemeentewerf geplaatst, waar hij zijn afval in kwijt kan. ,,Ik sleepte alles mee, maar heb er zelf ook geen plek voor. Gooi maar in de containers van de Bruine Vloot zei de gemeente, maar die mensen betalen voor hun containers. Die zijn er niet blij mee als ik ze vol ga gooien. Iedere week heb ik wel een kuub afval, zo’n drie tot vier huisvuilcontainers.” Bij Prins thuis lijkt het wel een museum. Een deel van zijn vondsten bewaart hij. Keurig gesorteerd en gerangschikt. In zijn computer houdt hij in excelsheets bij wat hij heeft verzameld. ,,Te zot voor woorden. Hoe het anders kan? Er zijn alternatieve grondstoffen, zoals: kokosnoten, olifantengras en hennep. Daar moeten we heen. Er wordt een gigantische hoeveelheid olie gebruikt om plastic te maken. Maar de belangen van de verpakkingsindustrie zijn erg groot.” (Tekst Suwarda Vis/foto's Henk Prins)

Auteur

Jitze Hooghiemstra