COLUMN | Theeservies met poesiealbumplaatjes

Franeker

Dit theepotje is onderdeel van een theeservies met kommetjes en schoteltjes, melkkan, spoelkom, pattipan (onderzetschaaltje voor theepot) en kandijpot, is rond 1784 gemaakt in de porseleinfabriek in Ouder-Amstel.

De onderdelen zijn beschilderd in rococostijl. Die ‘poesiealbumplaatjes’ in sepiakleur zijn op elk serviesonderdeel anders, maar stellen steeds mensen in een landschap voor.

Het theeservies is een voorbeeld van wat er in Nederland gemaakt werd aan porselein. Het overgrote deel van het porselein in Europa kwam echter uit China, omdat mensen daar al in de veertiende eeuw porselein konden maken. Dit werd vanuit China ingevoerd en was daarom nogal prijzig.

De Europeanen probeerden dus uit te vinden hoe ze dit kostbare spul zelf konden maken, terwijl de Chinezen dit angstvallig geheim wilden houden. Uiteindelijk lukte het een Duitse apothekersassistent, die eigenlijk op zoek was naar een manier om goud te maken.

Toen hij rondbazuinde dat dat laatste hem was gelukt, wilde de koning van Pruisen hem gebruiken als zijn persoonlijke goudmaker. De apothekersassistent, genaamd Böttger, sloeg op de vlucht, bang als hij was dat werd ontdekt dat zijn verhaal niet waar was.

Hij werd gearresteerd in Saksen en gevangen gezet, om voor de Saksers goud te maken. Natuurlijk kon hij dit niet. Toen zette hij zijn zinnen op het maken van porselein en warempel, in 1709 maakte hij het eerste Europese porselein.

In Meissen werd het jaar erop de eerste Europese porseleinfabriek opgericht. Evenals de Chinezen probeerde Böttger zijn vinding geheim te houden, maar het werd hem toch ontfutseld en na enkele jaren stond er ook al een porseleinfabriek in Wenen en vanaf 1750 ook in Engeland.

In Nederland werd de eerste fabriek gesticht in Weesp in 1757, maar door de hoge kosten van productie kon de fabriek niet concurreren met Duitse fabrieken. De porseleinaarde, de grondstof voor porselein, moest uit Duitsland worden ingevoerd en in de republiek waren de lonen ook nog eens hoger dan in Duitsland.

Geen wonder dus dat de opvolger van de Weesper fabriek, de fabriek in Oud-Loosdrecht, ook maar veertien jaar heeft bestaan. Deze fabriek stond wel bekend als maker van zeer goede kwaliteit porselein.

In 1784 werd de inventaris van de fabriek overgebracht naar Ouder-Amstel, waar nog eens tot 1809 porselein werd gemaakt, waarna een volgende verplaatsing naar Nieuwer-Amstel het einde van het Nederlandse porselein inluidde.


Auteur

Redacteur