COLUMN | De door de duivel bezeten Franeker jongen

Franeker

De beroemde Balthasar Bekker schrijft in 1691 zijn boek De betoverde wereld, waarin hij ten strijde trekt tegen bijgeloof. Boze geesten, bezetenheid, duiveluitdrijvingen. Hij moet er niks van hebben .

Onzin, verzinsels van mensen die de kluts kwijt zijn of een beetje aandacht willen, restanten van middeleeuws denken. In zijn boek beschrijft hij ook een geval van een jongen in Franeker, die naar eigen zeggen door de duivel wordt bezocht. Klaas Klaasses is 16 jaar en volgens zijn ouders en vrienden niet al te snugger. Maar hij doet soms rare dingen. Zo kan hij verdwijnen en op onverwachte plaatsen weer tevoorschijn komen en heeft hij kersen in de winter. Hij draait nogal eens met zijn ogen en wringt zich in rare bochten. Als zijn ouders, vrienden of ouderlingen hem vragen, van wie hij die kersen krijgt of met wie hij spreekt als hij zich zo in bochten wringt, zegt hij, dat hij met de Serug of Beëlzebub contact heeft. Zijn ouders zijn in alle staten en leggen hem huisarrest op. Dominee Balthasar Bekker bemoeit zich er ook mee. Hij ondervraagt Klaas keer op keer. Bekker vermoedt dat de bezetenheid kolder is: Klaas verzint zijn aanvallen. Toch bekent Klaas niet en zijn omgeving denkt dat Klaas te dom is om dit allemaal te veinzen. Pas jaren later geeft hij toe zijn aanvallen verzonnen te hebben. Wat opvalt, is de aanpak van Bekker. Hij ondervraagt de jongen met aandacht en vriendelijkheid. Hij wil hem tot rede brengen tijdens lange wandelingen langs Wijnaldum, Harlingen en de zeedijk. Hij geeft hem een munt met de Hebreeuwse tekst: ‘Satan, ga weg van mij’, die de jongen aan de duivel moet geven. Hij neemt hem serieus, ook al gelooft hij er geen barst van. Nooit zegt hij dat de jongen zich aanstelt en nu eens normaal moet doen. Hij nagelt hem niet aan de schandpaal. Hij is, kortom, een echte hulpverlener. Klaas Klaasses overlijdt in Oost-Indië, nooit helemaal ‘genezen’ van zijn bezetenheid. (Foto's Museum Martena)

Auteur

Jitze Hooghiemstra