COLUMN | De rondrennende dokter

Franeker

Wijer of Wiger werd geboren in Steenwijk in 1682. Het dokteren zat hem in het bloed, zowel zijn vader als zijn broer waren arts en van zijn broer kreeg hij al voor zijn zestiende zijn eerste geneeskundige lessen.

In Leiden en Utrecht studeerde hij wiskunde, natuurkunde en geneeskunde. Hij werkte daarna eerst een paar jaar als dokter in Arnhem. Daar werd hij beroemd door een patiënt te genezen met een mineraalwaterkuur en kreeg hij een drukke dokterspraktijk. De universiteit van Groningen vroeg de vijfentwintigjarige dokter hoogleraar te worden, maar dat ging uiteindelijk niet door politieke ruzies in Groningen. De Franeker universiteit profiteerde hiervan en hij werd hier professor wiskunde.

In de jaren die volgden kwam er geneeskunde, scheikunde en botanie bij en werd hij opzichter van de hortus. Hij had ook nog tijd om te trouwen en vijf kinderen met zijn vrouw Margaretha te krijgen. Dat betekende wel dat hij niet meer aan onderzoek en publiceren toekwam en hij ontwikkelde daarom de gewoonte voor zonsopgang op te staan en eerst een paar uur te studeren, voordat de drukte van de dag losbarstte.

Aan de colleges ontleedkunde, waar zijn voorganger professor Latané zoveel aandacht aan besteedde, kwam hij niet meer toe. De Groninger universiteit probeerde hem nog een keer te lokken met een hoger salaris, waarop de Franeker universiteit van schrik nog meer bood. Muys was een populair wetenschapper en docent, lid van de Koninklijke Maatschappij van Wetenschappen in Berlijn, adviseur van stadhouder Willem IV en ook nog eens een goed schrijver. Daarnaast deed hij nog doktersconsulten, soms zelfs per brief.

Zo’n kwaliteitsprofessor liet je niet zomaar lopen. Muys hield van het onderzoek, vooral met zijn microscoop. Daarmee bekeek hij spierweefsel en deed hij de ontdekkingen van Anthonie van Leeuwenhoek na. Van alles wat hij onder zijn microscoop zag maakte hij uitgebreide aantekeningen.

Daarmee liet hij zien dat hij een moderne achttiende-eeuwse wetenschapper was, die niet voortborduurde op oude opvattingen, maar vooral proefondervindelijk bewijs wilde.


Auteur

Redacteur