COLUMN | Verboden op de stoelen te zitten

Franeker

In de meeste musea en historische huizen mag je nergens aankomen. Je mag soms zelfs de ingerichte kamers helemaal niet betreden, dan is er een afzetting bij de deur en kun je alleen maar naar binnen gluren. Niks aan. Zo krijg je nooit een historische sensatie.

Je wilt tussen de spullen staan, de schilderijen eens goed bekijken, even op een bank ploffen, stiekem even ergens langsstrijken met je hand. Zo kun je je inbeelden dat je zelf de bewoner bent van dat huis. Maar dat is verboden in musea. Zodra een object (in musea spreken we bijna nooit meer van ‘tafel’, ‘stoel’ of ‘bank’, alles wordt een ‘object’) een museum binnenkomt en het een inventarisnummer krijgt, is het een museumstuk geworden en word je als rechtgeaard museum geacht het niet meer te gebruiken waar het ooit voor bedoeld was. Dat gaat best ver. Een jarenlang gebruikt kookpotje mag alleen nog maar met handschoenen aan worden vastgepakt, want de zuren in de menselijke huid kunnen het metaal aantasten. Zilver poetsen met een gewone zilverpoets is verboden: hiermee verdwijnt steeds een dun laagje zilver en dat is niet de bedoeling. Museum Martena verbaast zich soms over de ‘regels’ waar musea zich aan dienen te houden op het gebied van collectiebeheer, maar hanteert natuurlijk ook braaf alles met handschoenen aan. En zilver poetsen doen we zoals voorgeschreven met krijt en gedemineraliseerd water. Maar soms wordt het ons te gek. En dan worden we obstinaat. En dan besluiten we dat stoelen er nou eenmaal zijn om op te zitten. Dus: in Museum Martena mag je op alle stoelen zitten! In kamers zonder afzettingen en touwtjes. En leuk dat bezoekers dat vinden! Ze gaan er echt eens even voor zitten in de pronkkeuken en beginnen een praatje met elkaar. Soms zien we dat mensen even met dat vingertje over iets strijken, maar dat zien we door de vingers.

Auteur

Redactie