COLUMN | Vonken vangen

Franeker

Wekelijks verschijnt er een column van en door Museum Martena in de Franeker Courant. Deze verschijnt ook online. Hieronder de tekst.

In de Academiezaal van Museum Martena staat op de senaatstafel een pijpenstandaard met lange kleipijpen erin. Het is niet het eerste object dat je in deze zaal opvalt, met al die professorenportretten die vanaf de muur op je neerkijken, maar hij staat er wel. Wij stellen ons graag voor dat de hoogleraren bij hun vergaderingen een pijpje rookten, maar die ook wel eens kwijt moesten, als er verhit gediscussieerd werd of als er iets geschreven moest worden. De pijpenstandaard is van hout, maar onderin zit een messing bak. De hete pijp werd daarin verantwoord weggelegd. Zo liep je niet het risico dat de senaatsnotulen in de fik vlogen door een achteloos weggelegde pijp. De pijpen die we hier zien zijn allemaal van de lange soort. In de Nederlanden werd het pijproken enorm populair toen tabak eenmaal vanuit Amerika werd ingevoerd. De lengte van de steel was aan mode onderhevig. Aan het einde van de zeventiende eeuw was het motto: hoe langer hoe beter. Met zo’n lange pijp is het lastig manoeuvreren maar omwille van de mode deed men dat toch. Een pijp was tenslotte een accessoire. De kunst was om de pijpenkop mooi egaal bruin te laten verkleuren door het roken. Sommige pijpenkoppen hebben een tekening in de klei, die wit blijft terwijl de achtergrond bruin verkleurt. Dat was erg chique.   Je kon de pijp ook versieren met een dekseltje. Een deksel was sowieso een slim idee, want het voorkwam dat er vonken op je kleren vielen, of op je belangrijke papieren. Een van onze pijpen heeft ook een deksel: een vonkenvanger. Het is een simpel dopje van gevlochten ijzerdraad dat met een kettinkje vastzit aan de pijp. Maar er bestonden ook mooi bewerkte zilveren deksels. Ook hier gold: hoe mooier het deksel, hoe modieuzer de man die aan de pijp vastzat. Volg Museum Martena ook op Twitter: @museummartena.

Auteur

admin