COLUMN | ‘Bij een kasteel hoort een ridder’

FRANEKER

Wekelijks verschijnt er een column van en door Museum Martena in de Franeker Courant. Deze verschijnt ook online. Hieronder de tekst.

Museum Martena noemt zich wel stadskasteel. En dat klopt ook, want het Martenahuis is tussen 1502 en 1506 gebouwd als verdedigingswerk, met reusachtig dikke muren en een toren die de enige ingang van het huis vormde. Dat de enige deur in de toren zat was handig: als de vijand de toren wilde binnendringen, kon je hem bij de deur direct neersteken, een lel met je hellebaard verkopen of vanuit de toren met je kruisboog beschieten. Bij een kasteel hoort een ridder, zou je denken. De bouwer van het Martenahuis was Hessel van Martena. Hessel was van huis uit geen ridder, maar gewoon een ambitieuze Fries die stinkend rijk werd in dienst van de hertog van Saksen die een tijdje in Friesland de scepter zwaaide. En warempel, in 1515 werd Hessel tot ridder geslagen. Over deze ridderslag werd door tijdgenoten wel eens wat smalend gedaan, maar nu woonde er tenminste wel een echte ridder op het stadskasteel. Maar niet voor lang, want in 1517 ging Hessel op bedevaart naar het Heilige Land en overleed op de terugreis door ziekte of uitputting. Hessel had geen zoon die zijn titel kon erven, dus zat het Martenahuis weer zonder ridder. Gelukkig komt daar op Tweede Pinksterdag verandering in. Dan is het Open Kastelendag en heeft iedereen gratis toegang tot Museum Martena. In het museum is die dag een ridder aanwezig, bij mooi weer zal hij in de Martenatuin zijn. Hij controleert zijn wapenrusting en misschien valt er nog wel een robbertje te zwaardvechten. Zijn vrouwe houdt zich bezig met het middeleeuws koken en bezoekers kunnen een hapje proeven. Hun kinderen zwoegen op hun middeleeuwse huiswerk. Zo is er voor een dag weer ridderlijke bewoning op het Martenahuis. Volg Museum Martena ook via Twitter: @museummartena.

Auteur

Jitze Hooghiemstra