COLUMN | De magie van het portret

FRANEKER

Wekelijks verschijnt er een column van en door Museum Martena in de Franeker Courant. Deze verschijnt ook online. Hieronder de tekst.

Mensen kijken enorm graag naar portretten. Het liefst naar zichzelf natuurlijk (u kijkt toch ook altijd eerst hoe u zelf op de foto staat?). Ook het kijken naar andermans kop is al eeuwenlang een geliefde bezigheid. Vanaf de zeventiende eeuw werd het portret in Europa zeer populair. Het doel van zo’n beeltenis is wel veranderd in de loop der tijd. In de Gouden Eeuw moest het portret indruk maken en rijkdom en succes uitstralen. Je nageslacht moest je tot in lengte van generaties onthouden, en dat kon alleen maar door een geslaagd portret. Vaak werd je maar een keer in je leven geschilderd, dat moest wel een beetje goed, als het even kon. Portretschilders stonden bij het publiek dan ook in hoog aanzien en verdienden soms bakken met geld. Onder kunstcritici en ‘serieuze’ schilders werd echter minachtend gepraat over portretschilders. Gerard de Lairesse bijvoorbeeld vond het laten maken van portretten fratsen van arrogante burgers die geen verstand van kunst hadden. Die burgers gaven aanwijzingen aan de schilder om zo fraai mogelijk op het doek te komen en de schilder liet zich dat welgevallen om zijn beurs te spekken. Nee, schilders van Bijbelse en historische taferelen, dat waren pas hoogverheven kunstenaars! Toch hielden en houden de meeste mensen erg van portretkunst. In Museum Martena trekken we er in elk geval onze neus niet voor op, we hebben dan ook veel portretten. U kunt vrijdagavond 22 april in een speciale rondleiding horen wie al die geschilderde dames, heren en kinderen waren. En als u net als de 'zeventiende eeuwers' zin hebt in een geslaagd portret van uzelf, kunt u zich tijdens het Museumweekend op 23 en 24 april laten tekenen of fotograferen. Tegen geringe kosten. De Gouden Eeuw is tenslotte voorbij.

Auteur

Jitze Hooghiemstra